Hoe kom ik meer te weten over Jenaplanonderwijs?

De beste manier is de school te bezoeken en persoonlijk met de directie en/of de groepsleiding en kinderen te spreken. Scholen hebben ook informatiebijeenkomsten en een schoolgids waar alle belangrijke informatie in staat. Handig is de website: Jenaplan.nl te raadplegen. Daarnaast heeft bijna elke school een eigen website. Tenslotte is er veel literatuur over het Jenaplanonderwijs. Zie hiervoor de literatuurlijst. Praat ook eens met ouders van kinderen die op de desbetreffende school zitten.

« top


Vraagt Jenaplanonderwijs mogelijk te veel verantwoordelijkheid van kinderen?

Neen, de ontwikkeling daarvan maakt juist deel uit van wat bereikt dient te worden, is geen voorwaarde vooraf. Het zijn belangrijke vaardigheden om te kunnen functioneren in onze moderne samenleving.

Neen, de ontwikkeling daarvan maakt juist deel uit van wat bereikt dient te worden, is geen voorwaarde vooraf. Het zijn belangrijke vaardigheden om te kunnen functioneren in onze moderne samenleving.

« top


Wat is de kind- en mensvisie van Jenaplanscholen?

De kind-en mensvisie van Jenaplan zijn vervat in de eerste vijf basisprincipes:

1.Elk mens is uniek; zo is er maar een. Daarom heeft ieder kind en elke volwassene een onvervangbare waarde.

2.Elk mens heeft het recht een eigen identiteit te ontwikkelen. Deze wordt zoveel mogelijk gekenmerkt door: zelfstandigheid, kritisch bewustzijn, creativiteit en gerichtheid op sociale rechtvaardigheid. Daarbij mogen ras, nationaliteit, geslacht, seksuele gerichtheid, sociaal milieu, religie, levensbeschouwing of handicap geen verschil uitmaken.

3.Elk mens heeft voor het ontwikkelen van een eigen identiteit persoonlijke relaties nodig: met andere mensen; met de zintuiglijke waarneembare werkelijkheid van natuur en cultuur; met de niet zintuiglijk waarneembare werkelijkheid.,

4.Elk mens wordt steeds als totale persoon erkend en waar mogelijk ook zo benaderd en aangesproken.

5.Elk mens wordt als een cultuurdrager en-vernieuwer erkend en waar mogelijk ook zo benaderd en aangesproken.


« top


Aan welke kenmerken moet een school voldoen om zich Jenaplanschool te noemen?

Zie het vorig antwoord. Daaraan kan worden toegevoegd dat geen school zich lichtvaardig Jenaplanschool zal noemen, ook omdat de onderwijsinspectie de school op de kenmerken van dat onderwijsconcept zal aanspreken.

« top


Als Jenaplanonderwijs goed is, waarom werken andere scholen dan niet zo?

Het Jenaplanconcept staat of valt met de intrinsieke motivatie van de schoolteams om zo te willen werken. Het concept vraagt van de school een houding van het willen ontwerpen van het eigen onderwijsconcept, samen met collegas en kinderen. Als school mag je gebruikmaken van de geboden vrijheid. Daarnaast zijn van belang het goed kunnen observeren, zicht hebben op ontwikkelingsprocessen, goede inhoudelijke bagage om in te kunnen spelen op wat kinderen nodig hebben, goed kunnen organiseren.

« top


Als mijn kind steeds anderen moet helpen, komt het dan wel aan zijn eigen werk toe?

Geen kind hoeft steeds een ander te helpen. Natuurlijk ziet de stamgroepleider toe op dwang die kinderen eventueel op elkaar uitoefenen.


« top


Doen Jenaplanscholen aan adaptief onderwijs?

Hoofdpunt van werken in een Jenaplanschool is: uitgaan van verschillen. Uitgaan van verschillen tussen kinderen was ook de reden dat Peter Petersen zijn school anders heeft opgezet dan het toen gebruikelijke jaarklassensysteem. Hieruit volgt dat van Jenaplanscholen mag verwacht worden dat zij aangepast, dus adaptief, onderwijs aan de kinderen geven.


« top


Doen Jenaplanscholen aan ICT-onderwijs?

We weten nu nog beter hoe kinderen leren. ICT-onderwijs kan daarbij sterk ondersteunen of motiveren. Omgaan met informatiebronnen, communicatietechnieken en technologie past uitstekend binnen de uitgangspunten van het Jenaplanonderwijs. Behalve bij rekenen en taal wordt het veel toegepast binnen wereldorientatie.
Jenaplanscholen leren kinderen
Om te gaan met de computer als gereedschap voor onderzoeken, ontwerpen en communiceren
- Het oefenen van leerstof
- Om te gaan met informatie uit verschillende bronnen
- Kritisch die informatie te beoordelen
- Goed geinformeerd te zijn als basis voor een kritische en betrokken burger
De inzet van ICT vraagt om een flexibele schoolorganisatie. Jenaplanscholen hebben die al vanouds en kunnen ICT daarom goed in hun organisatie inpassen.


« top


Een wereldoriėnterende school

Wereldorientatie moet in het Jenaplan het hart van het onderwijs zijn. Allerlei andere vakken zijn daaraan ondergeschikt. Je leert bijvoorbeeld lezen om je in de wereld te kunnen oriėnteren. Met andere woorden: je leert lezen beheersen om het in wereldorientatie toe te kunnen passen. Kenmerkend voor wereldorienterend leren zijn activiteiten als: ervaren, ontdekken en onderzoeken. Daarnaast ook: luisteren naar en het werken en spelen met verhalen. De inhoud van wereldorientatie wordt beschreven in de zeven ervaringsgebieden. De uitwerking kan per school verschillen. Een grote groep scholen zet voor wereldorientatie ook delen van een methode in, mits die aan de kwaliteitscriteria van het Jenaplan voldoen. Een Jenaplanschool herken je snel aan de grote aandacht die er aan wereldorientatie gegeven wordt.

« top


Gaat er niet teveel aandacht naar kinderen met problemen?


Dat zou bij een school het geval kunnen zijn als er naar verhoudingen erg veel kinderen met een grotere zorgvraag de school bezoeken. Het is goed daarbij te bedenken dat het nog al eens voor komt dat een kind met problemen elders in een Jenaplanschool deze problemen niet meer vertoont, bijvoorbeeld omdat daar meer aan het kind aangepaste eisen worden gesteld.



« top


Gaat het leren beter in een jaarklas uit het oogpunt van concentratie?


Neen, bepaald niet. Als in een jaarklas wordt uitgegaan van gelijke leerstof, van een voor ieder gelijk vormen van leren en van een gelijke leertijd voor iedereen komt de concentratie van wie verder zijn, van wie nog niet zo ver zijn en van wie anders leren zelfs gemakkelijk in gevaar.


« top


Haalt een Jenaplanschool het onderste uit de kan?


Nee, dat is noodzakelijk noch gewenst. De vraag verraadt een opvatting waarbij opvoeden wordt vergeleken met een industrieel productieproces en verkoopcijfers. Een evenwichtige vorming is vele malen belangrijker. Het kind moet zijn intelligentie kunnen waarmaken.


« top


Hebben jenaplan leerkrachten meer tijd nodig voor het voorbereiden en nakijken van de lessen?

Dit is leerkrachtafhankelijk. Het voorbereiden van lessen neemt wel meer tijd in beslag als er thematisch en projectmatig gewerkt wordt. Het nakijken is afhankelijk van de leerkracht (niet alleen op Jenaplanscholen). Veel leerkrachten gebruiken bij hun lessen zelfcorrigerend materiaal, waarmee de kinderen aan de slag kunnen, andere leerkrachten doen dit weer juist niet. Dit is dus per situatie verschillend.

« top


Hebben Jenaplanscholen cursussen om faalangst bij kinderen tegen te gaan?


Dat kan als dat voor een kind wenselijk of nodig is.



« top


Heeft Jenaplan een positieve invloed gehad op het Nederlandse (basis-)onderwijs?

Jenaplan heeft onmiskenbaar een positieve invloed gehad op het Nederlandse (basis) onderwijs.
Het concept heeft een aantal elementen in zich, die her en der ook overgenomen zijn door andere scholen en deel uitmaken van het wettelijk kader.
Het meest in het oog lopend zijn de volgende vormen:
- Meer aandacht voor heel het kind
- Aandacht voor de pedagogische relatie
- Zelfstandig en zelfverantwoordelijk werken
- Het werken met kringen
- Co?peratief leren/ groepenwerk
- Niveaugericht werken
- Wereldorientatie
- Aandacht voor de zingevende dimensie
- Differentiatie, uitgaan van verschillen.

« top


Heeft Jenaplan toekomst: alle scholen doen aan o.m.wereldorientatie en kringgesprekken?

Veel uit het concept Jenaplan is na de jaren ?60 overgenomen in het Nederlandse basisscholen. Te denken valt aan onder meer de kring en vieringen, het is goed daarbij te bedenken dat ook de kleuterschool de kring kende en dat Vrije Scholen vanouds veel belang hechten aan vieringen. Dat betekent niet dat ook de bedoelingen van Jenaplan-onderwijs gemeengoed zijn geworden. Het Jenaplanconcept gaat uit van een leef-werkgemeenschap, waarbij ouders, stamgroepleiders en kinderen gezamenlijk werken aan de vormgeving van de school. Verder heeft b.v. een optimale kringpraktijk altijd gevolgen voor het overige onderwijs en dat is lang niet overal het geval. Als in een gesprek blijkt dat een thema om meer aandacht vraagt moet daarvoor ruimte worden gevonden. Goed wereldori?nterend onderwijs biedt ruimte voor wat actueel is, met of zonder hulp van gedeeltes uit een methode.
Maar het belangrijkste verschil tussen Jenaplan- en het merendeel van het ?andere onderwijs? is dat in het laatste nog altijd wordt vasthouden aan het leerstofjaarklassensysteem. Daar komt in een leerjaar een vaste portie leerstof aan de orde. Een kind dat er niet in slaagt zich die eigen te maken ?loopt achter? en kan blijven zitten. Met dat uitgangspunt heeft Jenaplan radicaal gebroken. In dat opzicht zijn Jenaplan- en Montessori-onderwijs het meest verwant. Kinderen hoeven dus niet in dezelfde tijd hetzelfde te leren.


« top


Hoe belangrijk is de stamgroepsleider op een Jenaplanschool?


De leerkracht is de spil in de stamgroep. Hij/ zij houdt alle ontwikkelingen bij en begeleidt de kinderen op hun weg naar zelfstandigheid. Ook kan hij/ zij goed inspringen op de belevingswereld en belangstelling van de kinderen. Op die manier wordt er een goed leef- en leerklimaat gecre?erd, waarbinnen de kinderen zich optimaal kunnen ontwikkelen.



« top


Hoe beleven stamgroepleiders de taakdruk?


Veel stamgroepleiders beleven de taakdruk wel als pittig. Gesproken wordt dan over de meerdere instructiemomenten binnen 1 stamgroep, omdat er meerdere leerjaren in een stamgroep zitten. Verder wordt er gesproken over observeren en registreren, omdat stamgroepleiders de kinderen onderwijs op maat willen geven. En dan komt het zoeken van lesstof daarbij, want een kind moet dan ook lesstof krijgen wat voor hem/ haar geschikt is. Op een Jenaplanschool wordt ook meer thematisch en projectmatig gewerkt. Dat vraagt ook de nodige voorbereidingstijd. Maar gelukkig weegt dit alles, in de meeste gevallen, niet op tegen het plezier waarmee gewerkt wordt op een Jenaplanschool.



« top


Hoe doen Jenaplan-kinderen het in het algemeen gesproken in het VO?

In het algemeen gesproken zoals andere kinderen.


« top


Hoe gaan leerkrachten met kinderen om?


De groepsleiding heeft een pedagogische opdracht: namelijk zorgen dat onze cultuur en de verworvenheden daarvan worden overgedragen. De manier waarop doet ieder op zijn eigen wijze, maar rekening houdend met de basisprincipes en de kwaliteitscriteria.
Meestal gaan zij op voet van gelijkwaardigheid met de kinderen om, hebben begrip voor hun omstandigheden en ontwikkeling en proberen de kinderen te begeleiden in hun verdere ontwikkeling. Soms echter hebben zij duidelijk de leiding omdat de situatie dat vraagt.
Jenaplan is dus geen: ?ze-mogen-doen-wat-ze-willen school.? Integendeel!



« top


Hoe gaat het leesonderwijs in de hogere groepen?


Het leesonderwijs in de hogere groepen ( bovenbouw) wordt meestal gekoppeld aan een methode voor begrijpend en studerend lezen. Ook hierbij zijn er niveaugroepen of instructiegroepen in of buiten de stamgroep mogelijk.



« top


Hoe geef je onderwijs dat past bij elk kind?

Elke moderne methode geeft daarvoor mogelijkheden aan. Elke goede leraar weet hiermee om te gaan.

« top


Hoe is de aansluiting met het V.O.?

Dat hangt van de ?twee partijen? af. De basisschool draagt er zorg voor dat kinderen de overgang als niet te groot ervaren, ook het voortgezet onderwijs is daarvoor verantwoordelijk. In ieder geval leidt het basisonderwijs niet op voor het voortgezet onderwijs, maar geldt andersom dat het voortgezet onderwijs dient verder te gaan vanaf het punt waarop een kind in de basisschool is gekomen.
Scholen voor voortgezet onderwijs verschillen zo sterk van elkaar dat de vraag moeilijk in zijn algemeenheid beantwoord kan worden. Ouders doen er verstandig voor hun kind een school voor voortgezet onderwijs te kiezen die past bij de basisschool en het niveau van hun kind. Het staat vast dat Jenaplanscholen naar verhouding veel aandacht besteden aan wat in hoge mate bijdraagt aan succes in het voortgezet onderwijs zoals zelfstandigheid en volharding, kunnen plannen en inzicht hebben in eigen kunnen en beperkingen.


« top


Hoe is de dag op een Jenaplanschool ingedeeld?

De dagen zijn zoveel mogelijk ritmisch ingedeeld. De kring, werk, viering en spel zijn regelmatig terug te zien gedurende een dag. Dit zijn ook 4 grote steunpilaren binnen het Jenaplanonderwijs.

« top


Hoe kom ik meer te weten over opvoeding op een Jenaplanschool?

De beste manier om iets te weten te komen is de school te bezoeken, informatie-avonden bij te wonen en gesprekken te voeren met kinderen, ouders, groepsleiding en de directie. Daarnaast geeft de literatuurlijst veel suggesties. Tenslotte is deze website een belangrijke bron.

« top


Hoe komen eindadviezen tot stand?


Als het goed is als het resultaat van overleg tussen basisschool en scholen voor voortgezet onderwijs. Bij de eerste gaat daar overleg met de ouders van een kind aan vooraf.



« top


Hoe komt de levens- of geloofsovertuiging van de school tot uitdrukking?


Op diverse manieren, in het bijzonder valt te denken aan de keuze van verhalen, de inhoud van wereldori?ntatie en de inhoud en het karakter van vieringen.



« top


Hoe kun je als leerkracht dan bepalen hoe het kind zich ontwikkelt en op welk niveau het kind zit?

De beoordeling krijgt vorm op basis van basisprincipe 19:

19. In de school vinden gedrags-en prestatiebeoordeling van een kind zoveel mogelijk plaats vanuit de eigen ontwikkelingsgeschiedenis van dat kind en in samenspraak met hem.

Toelichting
Waar mogelijk probeert de groepsleid(st)er de beoordeling van gelever?de prestaties vast te knopen aan wat het kind voordien presteerde. Is het een vooruitgang, een verrijking, een verdieping? Prestaties van kinderen in de stamgroep worden als regel niet onderling vergeleken.

Illustratie
Ieder kind heeft als t als vier‑, vijf‑ of zesjarige mijn groep binnenstapt, al een eigen geschiedenis waar ik rekening mee moet houden als ik het kind recht wil doen. Ook ouders geven de laatste jaren steeds vaker aan dat er van alles met dat kind gebeurd is en dat het voor mij als leerkracht belangrijk is om die informatie te krij?gen. In zon gesprek wil ik te weten komen wat er gebeurd is, maar vooral hoe de opvoeders daar mee omgegaan zijn, omdat ik zoveel mogelijk wil aansluiten bij de opvoeding thuis. Hiervoor is het belangrijk om voortdurend met de ouders in gesprek te blijven geduren?de de schoolperiode om een echte wisselwerking te krijgen.

Ik hanteer in de groep regels en afspraken waaraan de groep zich moet houden, maar ook daarin zijn er voor ieder kind kleine verschillen. Dit geeft vaak een spanningsveld. Kleuters moeten leren accepte?ren dat de regels voor hem/haar gelden, maar dat Pietje daar nog niet mee om kan gaan.

Dit is het afgelopen schooljaar erg moeilijk gebleken. Er is in januari een kleuter in de groep gekomen, die zich aan geen enkele regel kon houden. Afspraken maken lukte niet, die was hij weer even snel vergeten als dat ze gemaakt werden. Hij had een andere aanpak (begeleiding) nodig dan gebruikelijk was in de groep.

De meeste kinderen accepteerden dit, maar de kinderen die zelf zich moeizaam de regels/afspraken eigen hadden gemaakt, kregen een terugslag. Zij begonnen ook weer allerlei regels te ontduiken. Als zij hier door de groep of mij op gewezen werden, was de reactie steeds: Maar hij dan, hij doet t ook niet.

Toch zagen kleuters dat dat kind anders was dan anderen en ze probeer?den daar ook rekening mee te houden. Dit was moeilijk omdat ze steeds gestoord werden in hun activiteiten door dat kind. Het kind is ver?trokken naar een andere school (volgens mij een noodoplossing van de ouders, die niet echt ten goede komt aan dat kind). De onrust die hij gebracht heeft in de groep is nog lang niet verdwenen.

Elly van Dongen.





Verdieping



Gedrags- en prestatiebeoordelingen vinden in de school voortdurend plaats. In onze Jenaplanschool zijn daarbij de uniciteit van elk kind (basisprincipe 1) en de benadering van het kind als totale persoon (basisprincipe 4) doorslaggevend.

Dat betekent dat wij kinderen niet onderling vergelijken, maar steeds vergelijken met de eigen ontwikkelingsgeschiedenis. Voor de instrumen?tele en culturele vaardigheden betekent dit dat we zo precies mogelijk proberen te bepalen wat kinderen moeten kunnen en daarbij een opbouw in moeilijkheidsgraad aangeven, zodat een ge?ndividualiseerde benade?ring mogelijk is. Voor de beoordeling van gedragingen en prestaties op andere terreinen wordt er nog sterker ge?ndividualiseerd. Wat voor het ene kind op een bepaald moment goed is, is dat voor een ander bepaald niet. In team- en bouwbijeenkomsten wordt van tijd tot tijd geprobeerd op dit terrein inzicht en vaardigheden te ontwikkelen, bijvoorbeeld door praktijkvoorbeelden zo goed mogelijke te analyseren en elkaar daarop feed back te geven.

Prestatie is geen vies woord in Jenaplanscholen, integendeel. Elk kind moet naar zijn beste kunnen presteren, op allerlei terreinen. Dat willen we kinderen ook mogelijk maken.

In besprekingen met kinderen over hun gedrag en prestaties, in ge?sprekken met ouders en in schriftelijke rapportagevormen willen we aan bovenstaand principe recht doen.



« top


Hoe leid je een stamgroep?

Binnen een stamgroep moet je in de eerste plaats zorgen voor een veilige (leer)omgeving. Dit doe je door in een stamgroep duidelijke kaders aan te geven met regels en afspraken. Binnen die kaders hebben kinderen de vrijheid om hun eigen persoonlijkheid te ontwikkelen en te groeien tot zelfstandigheid samen met anderen. Hierbij speelt de leerkracht een belangrijke rol op pedagogisch en didactisch vlak door de kinderen in dit proces te begeleiden en de ontwikkelingen op de voet te volgen.

« top


Hoe leren kinderen lezen in een heterogene groep?

Als kinderen in de Jenaplanschool in niveaucursussen werken is er sprake van een meer homogene groep. Daarbij wordt wel geprobeerd in te spelen op de verschillen die er tussen kinderen zijn.
Andere scholen leren de kinderen lezen in de stamgroep. De kinderen die dat nodig hebben krijgen instructie, de andere kinderen kunnen dan zelfstandig aan allerlei andere opdrachten werken.

« top


Hoe leren kinderen rekenen?


Op dit moment is het rekenonderwijs in Nederland gebaseerd op de 5 basisprincipes van het realistisch rekenen. Dit houdt het volgende in:
1. Construeren en concretiseren: Rekenen in dagelijkse situaties, uitgaan van de realiteit
2. Rekening houden met verschillen, niveaus en modellen: niveauverschil zit niet alleen in tempo, maar meer binnen de leerlijn: concrete, Schematische en Abstracte manier van berekenen
3. Reflectie en eigen productie: zelf oplossingen bedenken, inzichtelijk oefenen
4. Sociale context en interactie: Samen ontdekken en leren van elkaar
5. Structureren en verstrengelen: samenhang en afsluiting. Begrijpen hoe dingen met elkaar te maken hebben


Het werken binnen de stamgroep met verschillende leeftijden en het werken met wereldori?ntatie als hart van het onderwijs biedt veel gelegenheden om aan bovenstaande principes te voldoen. Kinderen werken samen aan problemen die ze in de groep tegen komen en door de heterogeniteit van deze groep zie je dat veel van bovenstaande principes aan bod komen. Er zijn weinig Jenaplanscholen die geen gebruik maken van een rekenmethode. Deze worden op verschillende manieren gebruikt en er wordt op verschillende manieren instructie gegeven: binnen de stamgroep, in niveaugroepen en andere varianten. Zie ook voor voorbeelden van het werken vanuit de kinderen.
http://www.Freinet.nl levend rekenen: verwijzing naar het boek ?Levend rekenen, da?s pas realistisch!?
http://www.rekenhoek.nl
http://www.dwk.nl waar ook enkele voorbeelden te zien zijn van levend rekenen


« top


Hoe leren kinderen zelfstandig werken?

In fasen wordt dit opgebouwd beginnend bij de kleuters en steeds verder uitgebreid tot in de bovenbouw. Ook wordt per leerling gekeken wat het aankan. Het gaat van een enkel taakje naar meerdere taakjes, dagtaakjes, weektaken en soms zelfs langere termijnplanning. Dit is heel gunstig, omdat de kinderen dan al met agenda?s kunnen werken als zij op het Voortgezet Onderwijs komen.



« top


Hoe scoren Jenaplanscholen in vergelijking met andere?

Waar het gaat om de leervakken (rekenen, taal, lezen) even goed. Bij wereldorienterende vakken soms wat minder, ook omdat bij onderzoek wordt uitgegaan van voor het hele land gemaakte methoden; Jenaplanscholen besteden meer aandacht aan actuele ontwikkelingen en omgevingsonderwijs, in vergelijkend onderzoek spelen die geen rol.


« top


Hoe staan Jenaplanscholen tegenover de begintoets voor vierjarigen?

Deskundigen achten een correcte meting op die leeftijd onmogelijk. Die zou vooral bedoeld zijn om ?achterstand? in jaren en/of maanden vast te stellen. De NJPV heeft er samen met anderen en met succes aan meegewerkt dat die toets er (nu) niet komt. Deze toets is ongeschikt om door start- en eindresultaat met elkaar te vergelijken de toegevoegde waarde van de school te meten. Hij kan wel zinvol zijn binnen het kindvolgsysteem


« top


Hoe staat Jenaplan tegenover eindtoetsen zoals die van het CITO?


Doorgaans negatief, omdat daaraan in de praktijk te veel betekenis wordt toegekend. Het gaat immers om niet veel meer dan een momentopname. Ten onrechte wordt de CITO-schoolscore door de onderwijs inspectie en een deel van de schoolbesturen ook gebruikt voor het vellen van een kwaliteitsoordeel over de school als geheel en om scholen onderling te vergelijken. De CITO eindtoets onderzoekt (doorgaans) vorderingen op twee vakgebieden, rekenen en taal, en daarvan ook nog maar een gedeelte. Er zijn betere toetsen die resultaten en intelligentie van een kind in beeld brengen.



« top


Hoe stellen Jenaplanscholen vast of wat verplicht in voldoende mate aan bod is gekomen?

Door vooraf te plannen en achteraf vast te stellen wat aan de orde is geweest. Het eerste omvat vaak minder dan het laatste. Wat actueel is is niet lang tevoren gepland.

« top


Hoe vinden gehandicapten op een Jenaplanschool hun plaats?

Net zoals op andere (basis-)scholen.



« top


Hoe werken Jenaplanscholen in een heterogene stamgroep aan thema`s?

Kinderen van verschillende leeftijden kunnen prima met elkaar samenwerken. Als je verschillende kwaliteiten bindt, leren kinderen aan elkaar net zoals in een gezin. Daar leren de jongste en de oudste ook van elkaar.


« top


Hoe werkt Jenaplan aan de sociaal-emotionele ontwikkeling?

Het gaat hier niet om een bepaald vak, ook niet om een gebied dat met behulp van kleine stapjes beheerst kan worden. Het schoolleven zelf omvat voldoende situaties waarin een kind zicht ook in sociaal-emotioneel opzicht kan ontwikkelen. Er zijn activiteiten die zich daarvoor in het bijzonder lenen. Kinderen leren hier aan elkaar.


« top


Hoe worden Jenaplanscholen vanuit de Jenaplanvereniging ondersteund?

Met cursussen, publicaties en met begeleiding in de school zelf. Daarvoor bestaan onderwijsinstellingen en organisaties, de NJPV doet dat niet zelf.

« top


Hoe worden nieuwe stamgroepleiders begeleid?

Dit is afhankelijk van de school. Er zijn scholen die een beperkt aantal formatieplaatsen hebben en structureel niet veel tijd hebben. Er zijn ook scholen die speciaal een plan van aanpak hebben en dat hanteren.

« top


Hoe worden tafelgroepen samengesteld?


Verschillend. Meestal komt die neer op een combinatie van individuele vrijheid en noodzakelijk gebleken sturing.



« top


Hoe wordt er omgegaan met pesten?

Niet anders dan op andere scholen: heel alert zijn, het thema regelmatig bespreken ook als er geen direct aanleiding voor is, het onderwerp eventueel bij ouderbezoek aansnijden en (vooral) er nooit uitgaan van en zeggen ?op onze school wordt niet gepest?, maar het belangrijkste is een cultuur te scheppen, waarin pesten niet past!


« top


Hoe wordt er omgegaan met verschillen tussen kinderen?


Het is onmogelijk om die vraag ook maar enigszins volledig te beantwoorden. Het zijn al die situaties in de school waar kinderen niet (precies) hetzelfde doen en waar van hen niet hetzelfde wordt ge?ist. voorbeeld geven. Als het goed is is dat vaak het geval.


« top


Hoe wordt er op een Jenaplanschool gewerkt aan differentiatie?

De praktijk op diverse Jenaplanscholen is verschillend. Peter Petersen gaf in 1928 al aan dat een Jenaplanschool geschikt is voor allerlei kinderen, hoog- of laagbegaafd. Elke Jenaplanschool probeert aan te sluiten bij de ontwikkeling van elk kind apart, maar ook zijn relatie met de groep te bevorderen. Onder de vormen van differentiatie die voorkomen komen de volgende veel voor:
Niveaugroepen, in of buiten de groep
Aparte instructietafels binnen de groep
Individuele hulp tijdens de instructies of tijdens de blokperiode
Vormen van remedial teaching
Ouderhulp of hulp van onderwijsassistenten
Werken in belangstellingsgroepen (keuzecursus)

« top


Hoe wordt omgegaan met dyslectische kinderen?

Als het goed is niet anders dan elders. Er dienen aan een kind met dat probleem aangepaste eisen te worden gesteld. Van belang is nog dat er geen twee kinderen op dezelfde manier dyslectisch zijn. De verschillen tussen twee dyslectische kinderen zijn belangrijker dan hun overeenkomsten.


« top


Hoe zit de speciale zorg op een Jenaplanschool er uit?


Niet anders dan in andere scholen met dien verstande dat kinderen met een ander ontwikkelingstempo niet of minder snel tot de categorie ?probleem-kind? worden gerekend.



« top


Hoe zit het met de privacy gegevens van kinderen?


Elke school is in het bezit van een privacyreglement. Daarbij staat omschreven wat er met de privacy gegevens van kinderen gebeurt. Het privacyreglement is gebonden aan de wettelijke voorschriften daarover. Meestal staat er omschreven dat de didactische gegevens van kinderen onder verantwoordelijkheid van de school vallen en overige gegevens onder verantwoordelijkheid van school en ouders. De Medezeggenschapsraad moet instemming betuigen over het privacyreglement.



« top


Hoe zit het met het continurooster en de Arbo-wet?

De Arbo-wet gooit behoorlijk wat roet in het eten van de continueschool. Op sommige scholen worden mensen van buiten aangetrokken om de zorg voor de leerlingen over te nemen tijdens de pauzes. Andere scholen regelen dit helemaal zelf en proberen het dan zo te verdelen dat iedereen binnen de Arbo-normen pauze heeft en buiten loopt.



« top


Houden Jenaplanscholen tevredenheidsonderzoeken onder de ouders; hoe zien die er uit?

Er zijn Jenaplanscholen die regelmatig tevredenheidsonderzoeken onder ouders houden. Op de betreffende school kan dat nagevraagd worden. Om de kwaliteit van samenwerking tussen school en ouders te bevorderen en de communicatie op een hoog peil te houden wordt een dergelijk onderzoek sterk aanbevolen.

« top


Houden Jenaplanscholen tevredenheidsonderzoeken onder de ouders; hoe zien die er uit?

Elke school zal in het kader van zorg voor kinderen met de groepsleiding en de Interne Begeleiding afspraken maken hoe om te gaan met kinderen met problemen, zoals b.v. faalangst. Soms zijn er cursussen om kinderen er mee om te leren gaan, soms wordt verwezen naar instanties die daar de kennis en vaardigheden in hebben.

« top


In welk opzicht zijn Jenaplanscholen anders?

Jenaplanscholen onderscheiden zich van andere scholen:
- door het primaat van de pedagogische boven de onderwijskundige relatie
- door onderwijs in samenhang aan te bieden, waarbij Wereldorientatie het hart van het onderwijs moet vormen
- door principieel uit te gaan van verschillen tussen kinderen en hier juist gebruik van te maken. Kinderen komen verschillend de school binnen en verlaten nog meer van elkaar verschillend de school
- door stamgroepen te vormen, samengesteld uit meerdere leerjaren, waarbinnen bovenstaande uitgangspunten het best tot hun recht komen.

« top


Is de inzet van ouders op een Jenaplanschool vanzelfsprekend?

Hoe de inzet concreet gerealiseerd kan worden ligt enerzijds aan de mogelijkheden die de ouder heeft wat betreft beschikbaarheid, tijdsinvestering, mogelijkheden, anderzijds aan de school. Wil de school een echte leef- en werkgemeenschap zijn dan is de plaats en positie van de ouders op basis van gelijkwaardigheid gewaarborgd. Inzet van de ouders met hun mogelijkheden is daarbij vanzelfsprekend.

« top


Is er een constante samenstelling van vorderingengroepen (als die er zijn?)


Neen, dat zou betekenen dat alle kinderen eenzelfde ontwikkelingsritme hebben, dat is niet het geval.



« top


Is er een opleiding voor groepsleiders in een Jenaplanschool?

Ja, via de NJPV worden Jenaplancursussen georganiseerd en diverse PABO`s in heel Nederland bieden speciale Jenaplanopleidingen voor studenten.

« top


Is er een speciale inrichting voor het schoolplein gewenst?


De ruimte om de school moet zo ingericht zijn, dat kinderen worden gestimuleerd om op veel verschillende manier te spelen: er zijn plaatsen waar lekker gerend kan worden, maar ook plekken waar je rustig kunt spelen. Natuurlijk is er een schooltuin waar kinderen zelf in kunnen werken.
Regelmatig bedenkt de school activiteiten om de buitenruimte aantrekkelijk te maken. Het gaat dan niet om dure speeltoestellen, maar het gaat er vooral om, om de ruimte z? te maken dat het plein voor allerlei zaken gebruikt kan worden: aan kinderen wordt dan ook gevraagd welke idee?n ze hebben voor het plein. Kinderen en ouders worden ook betrokken in het uitvoeren van ?pleinplannen?.
Sommige scholen hebben op hun plein de mogelijkheid om een ?theater? te maken, andere scholen hebben zelfs dieren, die door de kinderen verzorgd worden


« top


Is er huiswerk?

Er kunnen redenen zijn om kinderen enig huiswerk mee te geven, aan alle kinderen of aan een deel van hen. Ook om hen daaraan te wennen ter voorbereiding van de overgang naar het voortgezet onderwijs. Het is daarbij raadzaam huiswerk te beperken en kinderen (en hun ouders!) buiten schooltijd niet extra te belasten.


« top


Is er Jenaplan voortgezet onderwijs?

Er zijn enkele Jenaplanscholen voor Voortgezet Onderwijs. Soms is er in een scholengemeenschap een afdeling die met Jenaplan elementen werkt. Informatie ter plaatse verschaft duidelijkheid.
Hieronder treft u de lijst aan van scholen met voortgezet Jenaplanonderwijs:
OSG Stevensbeek ( VO )
De heer Hans Thissen en Berita Cornelissen
Dr Peelenstraat 14
5831 EG Boxmeer
0485-381600
E-mailadres(sen):
hthissen@sgstevensbeek.nl

Bissch.Coll.Broekhin ( VO )
De heer J.v.d. Varst
Postbus 9064
6070 AB Swalmen
0475-502137
email: j.vdvarst@broekhinjenaplan.nl
RK

Sted. Sch.Gem.Nijm. ( VO )
Peter Seybel
Postbus 31091
6503 CB Nijmegen
024-3563974
email: MvanMerwijk@chello.nl
Openbaar

OSG Sevenwolden ( VO )
Mw. Hans Haan
Postbus 592
8440 AN Heerenveen
0513-623073
fax 0513-621501
email: SWolden.barl.nl
Er is nog een JP-stroom waar men aan werkt: een eerste klas Jenaplan en twee tweede klassen.


OSG Piter Jelles Nyl?n Jenaplan ( VO )
De heren JH Faber en P. Gerrits
Prinsessenweg 4
8931 EG Leeuwarden
058-8801504
email:
JP-stroom is aanwezig.

Reitdiep College, vestiging Leon van Gelder ( VO )
Diamantlaan 27
9743 BA Groningen
postadres: postbus 70090
9704 AB Groningen
Hr. Hans van der Molen.
050-5719100
email: h.van.der.molen@reitdiep.nl
site: Reitdiep.nl

Copernicus SG
de heer Ronn Hettinga
Nieuwe Steen 11
1625 HV Hoorn
tel.0229-236344
email: r.hettinga@atlascollege.nl

Teylinge College
Langelaan 1
2211 XT Noordwijkerhout
0252-373216
Co?rdinator: Sjef van Leeuwen
Tel. priv?: 070-3450176
Email: SjefvLee@casema.net

Lorentz Casimir Lyceum
Celebeslaan 20
5641 AG Eindhoven
040-2909410
Pierre Poldervaart
E-mailadres(sen):
rector@Lorentz-Casimir.nl



« top


Is er ook een speciale klachtenregeling?

Elke school, dus ook een Jenaplanschool heeft een klachtenregeling. Deze staat in de schoolgids zodat iedere ouder of groepsleiding weet hoe de regeling is.

« top


Is er ruimte voor individuele groei bij kinderen?

Uitgaande van de basisprincipes en de kwaliteitskenmerken van een Jenaplanschool is er veel ruimte voor individuele groei van kinderen.



« top


Is er speciale aandacht voor anderstaligen?

Zoals elders.

« top


Is het Jenaplan, daterend van het begin van de 20e eeuw, nog van deze tijd?

Het Jenaplan kent een lange geschiedenis, maar het concept wordt voortdurend op zijn consequenties geactualiseerd. Zo heeft Kees Both eind jaren 90 het boek ?Jenaplan, op weg naar de 21e eeuw? geschreven, waarin hij een synthese maakt tussen het gedachtegoed van Peter Petersen, Suus Freudenthal en de actuele onderwijssituatie. Scholen geven zelf op grond van de basisprincipes inhoud aan hun onderwijs, rekening houdend met een steeds veranderende samenleving.

« top


Is Jenaplan een systeem, een methode, een model of een concept?

Jenaplan is een concept. Het Jenaplanonderwijs gaat uit van een aantal basisprincipes. Die uitgangspunten gaan over mensen, de maatschappij en opvoeding. Ze zijn niet vrijblijvend. Het zijn normen waaraan het leven en werken in school steeds moet worden getoetst. Het zijn streefdoelen en ze spelen een belangrijke rol bij de vormgeving van het dagelijkse werk, maar ook bij het evalueren ervan. Een van de basisprincipes is bijvoorbeeld: elk mens wordt als totale persoon erkend en waar mogelijk ook zo aangesproken. Zon gedachte zal in de school gestalte moeten krijgen. Kortom, in de schoolpraktijk zullen de uitgangspunten omgezet moeten worden in dagelijkse, concrete situaties. Dat betekent dat niet iedere Jenaplanschool hetzelfde is. De uitgangspunten wel, de invulling ervan verschilt.


« top


Is Jenaplanonderwijs in de toekomst nodig?

Uit: Jenaplan 21 (Kees Both). Hoofdstuk 2
Dat je idealen hebt is een goede zaak. Daarbij hoort ook het streven naar een samenleving waarin mensen als persoon tot hun recht komen en respectvol en zorgvuldig wordt omgegaan met de natuur. De werkelijkheid is echter weerbarstig. Hoe ga je om met
de spanning tussen ideaal en werkelijkheid? Je kunt je zo principieel opstellen dat je wel gelijk hebt, vanuit je ideaal gezien, maar geen gelijk krijgt. Soms kan dat nodig zijn, maar meestal is het niet zo vruchtbaar. Je kunt ook het compromis tot de hoogste wijsheid verheffen. Dan is de spanning eruit. Je kunt, cynisch, alle idealen overboord zetten. Je kunt ook keer op keer kansen proberen te zien in de situatie, mogelijkheden benutten, behoedzaam opereren en toch het ideaal in het oog houden. Zo blijft de spanning erin.

De omgeving van de Jenaplanscholen is, vergeleken bij dertig jaar geleden, toen de Jenaplanbeweging in ons land begon, sterk veranderd. We leven in een uiterst dynamische samenleving.
In enkele trefwoorden-met-toelichting proberen we op de volgende bladzijden deze veranderingen te beschrijven en te duiden. De beschreven tendensen zullen het eerste decennium hoogstwaarschijnlijk doorzetten. Een beknopt overzicht als dit kan uiteraard niet anders dan zeer globaal zijn. Veranderingen zullen we op hun mogelijke voors en tegens (vanuit de basisprincipes Jenaplan bezien) bekijken. Er is daarbij gekozen voor ja ..., maar ..., in plaats van neen ..., tenzij ..., dus voor een in principe positieve houding. Dat sluit niet uit dat je soms keihard nee moet zeggen. Er worden voorts voorlopige conclusies getrokken voor Jenaplan-basisonderwijs. Daarbij moeten we ons geen overdreven voorstellingen maken van de invloed die het onderwijs kan uitoefenen op maatschappelijk-culturele ontwikkelingen. Maar evenmin moeten we die invloed onderschatten en zullen de Jenaplanscholen zelfbewust, vanuit hun uitgangspunten naar buiten kunnen treden, in de hoop dat dat doorwerkt. Omgekeerd zijn maatschappelijk-culturele ontwikkelingen van invloed op opvoeding en onderwijs. De school ligt niet op een ge?soleerd eiland. Daarbij blijf je als school, in samenspraak met de ouders, verantwoordelijk voor wat je actief binnenhaalt, binnenlaat, accentueert, met kinderen kritisch onderzoekt, voorzover je kunt negeert of bestrijdt, in het algemeen hoe je met maatschappelijke invloeden omgaat (zie basisprincipes 6 t/m 10).
Basisprincipe 11 luidt immers: De school is een relatief autonome, co?peratieve organisatie van betrokkenen. Ze wordt door de maatschappij be?nvloed en heeft er ook zelf invloed op.

Verdieping

Bij het benoemen van tendensen is uitgegaan van:
- indelingen zoals die in cultuur-sociologisch onderzoek gehanteerd worden, met name in beschouwingen en onderzoek rond de modernisering van de samenleving, het al of niet te ver doorschieten daarvan enzovoort2;
- kinderantropologische literatuur over veranderende kinderen, veranderende scholen?. Waarin zijn kinderen veranderd, vergeleken met vijftig jaar geleden? Wat voor consequenties heeft dat voor het onderwijs?

De filosoof Harry Kunneman, hoogleraar aan de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht, schreef een boek over veranderingen in de samenleving en van mensen in de samenleving, met de titel Van theemutscultuur naar walkman-ego. Enkele gedachten daaruit, als achtergrond voor de schemas op de volgende bladzijden3.

Van theemutscultuur naar walkman-ego
Kunneman weigert mee te doen in het koor van klaagzangen over het verval van de samenleving, met name over de toegenomen individualisering. Wie dat als hoofdzakelijk negatief interpreteert - meer ego?sme, eenzaamheid, morele ontreddering - is bijziend. Net alsof mensen alleen zinvol en fatsoenlijk kunnen leven in hechte gemeenschappen (onder een theemuts), die hen samenbindt in een collectieve identiteit en een opgelegde moraal, zoals dat in het verleden het geval was. Ook de hoera-individualisten, die het individualisme kritiekloos toejuichen, kijken niet goed. Deze mensen zien alleen het belang van economische zelfstandigheid en verbinden dat met het verheerlijken van de markt met zijn concurrentie, individuele prestaties en consumptie. Ze geloven daarbij in de zegeningen van economische en technologische vooruitgang.

Mensen laten zich steeds minder betuttelen en willen zelf beslissen over hun leven. Juist als mensen meer in hun bijzonderheid en eigenheid tot hun recht komen, wanneer ze gezien worden door anderen in plaats van toege?igend, kunnen ze zich meer met anderen verbinden.
Naast deze ontwikkeling van een levensbeschouwelijk individualisme is er de economische ontwikkeling, waarin de individuele beslissingsruimte, eigen initiatief en individuele vormen van genieten en presteren centraal staan. Een van de effecten daarvan is ook dat mensen zich meer berekenend gaan opstellen (strategisch handelen), bijvoorbeeld ten aanzien van consumptie en carri?re. Er is waarschijnlijk verwantschap tussen de verleiding van de consumptiegoederen om ons heen en de wens tot onmiddellijke behoeftebevrediging die een baby heeft ten aanzien van moederborst of fles. Beide hebben ook te maken met de behoefte aan het controleren van onze omgeving: jouw auto, jouw cd, jouw boek. In die zin hebben we in onze tijd voor het eerst de mogelijkheid om aan diep verankerde behoeften tegemoet te komen. Tegelijkertijd leidt de grote aandacht voor het hebben, waaraan mensen hun identiteit ontlenen, tot een maatschappelijke tweedeling (achterblijvers) en ellebogenwerk. Het is allemaal erg dubbel.

De ruimte om je eigen leven in te richten, thuis en op het werk, is toegenomen en dat is als een groot goed te beschouwen dat weinigen zouden willen missen. Degenen die klagen over het verval van normen en waarden hebben zelf echter vaak meegewerkt aan schaalvergroting, een sterke nadruk op efficiency, marktori?ntatie, enzovoort in het onderwijs, de zorgsector, de media. En als dan de bindende moraal dreigt te verdwijnen grijpen ze terug op verouderde modellen van moraliteit - van bovenaf bepalen hoe je hoort te leven - die niet meer werken.

Je wordt steeds meer gedwongen tot reflectie, keuzes maken. Bijvoorbeeld het kiezen van vakkenpakketten in het voortgezet onderwijs, dat ook vragen oproept zoals wat wil ik met mijn leven en welke overwegingen zijn daarbij doorslaggevend? Trek ik me iets aan van de milieuproblematiek of is dat twintig de uren verder? Er rust een ongelooflijk hoge planning- en keuzedruk op mensen. En tegelijkertijd is er een heel divers aanbod aan mogelijke interpretatiekaders.

Tussen allerlei rotzooi die over ons wordt uitgestort puilen de boekhandels uit van filosofie, sociale theorie, kunst en literatuur, waarin diepgaande perspectieven worden geboden op hoe we beter met ons leven kunnen omgaan. Ik denk dat de gemiddelde middelbare scholier, of dertiger, of vijftiger, in onze tijd veel meer culturele hulpbronnen kan ontsluiten om zich te ori?nteren op morele en bestaansvragen dan veertig jaar geleden.

Voor uitwerking van trends: Jenaplan 21: hoofdstuk 2

« top


Je hoort wel eens dat Jenaplanscholen een rommelige indruk maken. Is dat kenmerkend?

Voor sommige buitenstaanders kan een Jenaplanschool als rommelig worden ervaren. Kinderen verrichten soms allerlei verschillende activiteiten. We gaan echter uit van de regel dat niemand iets doet wat een ander stoort. Soms kan het doodstil zijn, soms is er meer geluid. Een en ander ligt aan de functie van de activiteit. Als kinderen b.v. rekeninstructie krijgen is het stil. Zij moeten luisteren. Als zij samen oplossingen bedenken voor vraagstukken en het met elkaar overleggen is het niet stil. Dat is ook beslist niet de bedoeling. Het mogen overleggen wordt gerekend tot de basisbehoeften van kinderen.
Elke situatie vraagt zijn eigen ordening. Omdat kinderen met allerlei verschillende activiteiten bezig kunnen zijn, lijkt het misschien minder geordend, maar is het niet: integendeel juist!


« top


Jenaplanconcept algemeen: Jenaplanessenties. Hoe is de ontwikkeling van de 10 jenaplanessenties (vaa


3-11-2011 Opstartbijeenkomst opleiders nieuwe opleidingsplan
10-2-2012 Werkgroep opleidingen stelt eerste versie tekst opleidingsplan vast incl. 10 jenaplanessenties
Motivatie 10 jenaplanessenties:
De 7 essenties vormen de uitkomst van vergelijkend onderzoek jenaplan-en freinet onderwijs.
I.p.v. van essenties spreekt de werkgroep van “ vaardigheden” en worden de 10 opgevat als de opbrengst van een jenaplanschool voor kinderen: meerwaarde van het jenaplanonderwijs.
Werkgroep opleidingen konstateert dat de 7 niet compleet zijn voor het jenaplanonderwijs. Zij vult de lijst aan met drie essenties: communiceren, respecteren en zorgen voor. Deze aspecten zijn nl. niet terug te vinden in de 7 essenties: ondernemen, plannen, creėren, samenwerken, reflecteren, verantwoorden, presenteren. De drie aanvullende essenties zijn volgens de werkgroep versterkend door de 7, zodat een completer plaatje ontstaat voor specifiek de jenaplanessenties.
Opleiders krijgen de gelegenheid om tot 9 maart 2012 amendementen in te dienen, die principieel van aard zijn. Na 9 maart wordt het document + amendementen verzonden naar de opleiders.
Die amendementen zijn besproken en gewogen tijdens de opleiders tweedaagse van 15 en 16 maart 2012.
Er komen geen amendementen
11/12-3-2013 Tweede bespreking opzet jenaplanopleiding (incl. 10 jenaplanessenties) Geen opmerkingen i.z. de essenties
24-5-2013 buigt de werkgroepopleidingen zich over de opleidingsstukken en stelt de documenten samen voor de adviescommissie.
1-7-2013 Bijeenkomst adviescommissie. De adviescommissie stelt het opleidingsplan + bijlagen vast. Geen aanvullingen/opmerkingen i.z. de 10 jenaplanessenties.
19-9-2013 Opleidersbijeenkomst, waarbij een aantal aspecten van het opleidingsplan besproken worden zoals “het beoordelen van studenten”.
4-10-2013 Bijeenkomst werkgroep opleidingen, waarbij m.n. gesproken is over verhouding oriėntering jenaplan en de volledige opleiding.
6-1-2014 Beschrijving opzet jenaplanopleiding opgesteld door de adviescommissie opleiding (incl. 10 essenties, toen nog vaardigheden genoemd) ingediend bij CIPION. Alle opleiders hebben de documenten ondersteund.
31-1-2014 Bijeenkomst werkgroep opleidingen (start digitaal portfolio)
12-3-2014 Goedkeuring CIPION opleiding (incl alle documenten, incl. Dus de 10 essenties
13/14-3-2014 Bespreking opzet jenaplanopleiding (incl. 10 essenties): Geen opmerkingen i.z. de jenaplanessenties.
13-11-2014 Nieuw boek Jenaplan, school waar je leert samenleven. Met hoofdstuk over 7 essenties. De auteurs kiezen hierbij voor een eigen weg in tegenspraak met het vastgestelde en goedgekeurde opleidingsplan. 

« top


Jenaplanessenties: reflecteren Welke aspecten worden tot de jenaplanessentie/vaardigheid reflecteren


1. Vertellen wat er gebeurd is
2. Vertellen wat je hebt geleerd
3. Feedback ontvangen
4. Feedback geven
5. Je gedrag evalueren
6. Je werk zelf nakijken en beoordelen
7. Je eigen ontwikkeling presenteren 
Het nagaan of de specifieke vaardigheid wordt beheerst kan met de volgende jenaplanvormen:
Ad. 1 Individuele gesprekken, gesprekskring
Ad. 2 Evaluatiekring na afloop van een werk/blokperiode. Hierbij vormen de persoonlijke doelen van het kind het startpunt
Ad. 3 Onderdeel van het werken tijdens werk/blokperiode
Ad. 4 Idem
Een inscholingscursus hoe je 3 en 4 kunt aanpakken is voorwaarde
Ad. 5 zie ad. 1
Ad. 6.Onderdeel van het werken tijdens werk/blokperiode
Ad. 7 Presentatiekring op basis van b.v.portfolio; ouder-kind-stamgroepleidergesprek (voorheen 10 minutengesprek)

« top


Kan een confessionele school - Islamitisch onderwijs daarbij inbegrepen - een Jenaplanschool zi

Confessionele scholen kunnen Jenaplanschool zijn. Een Jenaplanschool is een pedagogische school en kan daarom onder allerlei bestuursvormen functioneren. Er zijn tot nu toe geen Islamitische scholen die gekozen hebben voor het Jenaplanconcept.

« top


Kent de NJPV een klachtenregeling?

Nee.
Wanneer b.v. ouders komen met een klacht over b.v. functioneren van een bepaalde school, dan zal de NJPV altijd verwijzen naar de specifieke klachtenprocedure, die elke school moet bezitten.
De NJPV kan alleen gevraagd worden een bemiddelend gesprek te voeren, wanneer alle betrokken partijen daarom vragen.

« top


Kent het Jenaplanonderwijs zittenblijven?

Neen, wel is net mogelijk dat een kind langer dan acht jaar basisonderwijs volgt, er is geen wettelijke bepaling die dat verbiedt. In overeenstemming met de wet gaat een kind steeds verder op het punt waar het gebleven is, al zijn er belangrijke gebieden waar dat niet zo eenvoudig kan worden vastgesteld, laat staan gemeten.


« top


Kent Jenaplanonderwijs nadelen?

Je kunt niet spreken van nadelen. Het hangt er vanaf wat je als opvoedende ouder belangrijk vindt voor het eigen kind. Komen de eigen opvattingen overeen met die van de Jenaplanschool, dan is een goede basis aanwezig voor een perspectiefvol schooltraject. Vanzelfsprekend kunnen gaandeweg zich hobbels voordoen, die vervolgens op een professionele manier benaderd moeten worden, waarbij het belang van het kind en de stamgroep, waarbinnen een kind functioneert centraal staan. Jenaplan is in principe voor elk kind geschikt.


« top


Komen kinderen die graag anderen helpen voldoende aan zichzelf toe?


Ja, daar ziet de stamgroepleider op toe.


« top


Kritisch

Uit de basisprincipes volgt dat een Jenaplanschool gericht is op het werken aan een menselijke en ecologisch duurzame samenleving. Dat betekent ook een kritische en opbouwende instelling ten aanzien van ontwikkelingen in samenleving en cultuur. Dat begint al in eigen huis, in de school zelf, in de omgeving om ons heen.Jenaplanscholen zullen uit de aard van hun onderwijsideeen kritische vragen blijven stellen. Kinderen moeten ook leren kritisch te leren denken.

« top


Kunnen kinderen met het syndroom van Down op een Jenaplanschool terecht?


Ja, maar dat hangt van de mogelijkheden van het kind en de school af.
Op Jenaplanscholen worden kinderen niet lastig gevallen met jaarklasgebonden eisen, die doorgaans voor allen worden gehanteerd vanaf groep 3: dan kan het niet goed gaan.



« top


Kunnen openbare scholen Jenaplanscholen zijn?

Openbare scholen kunnen ook Jenaplanschool zijn. Een Jenaplanschool is een pedagogische school en kan daarom onder allerlei bestuursvormen functioneren.

« top


Kunnen slechtziende kinderen naar een Jenaplanschool?


Ja.



« top


Leren de kinderen hetzelfde als op een gewone basisschool?


Alle scholen hebben zich te houden aan de in de wetgeving globaal vastgelegd inhoud van het onderwijs. Dat geldt ook voor Jenaplanscholen, die allen tot het gesubsidieerde onderwijs behoren en zich alleen al daarom aan de wet moeten houden. In de praktijk zijn er zeker verschillen. Ouders en kinderen ervaren dat, net zoals leraren die eerst op ?gewone scholen? hebben gewerkt.
Jenaplanscholen willen een ?leef- en werkgemeenschap? zijn, die tot op zekere hoogte met een goed gezin kan worden vergeleken. Daar is een evenwicht tussen individuele en sociale ontwikkeling en opvoeding. Bij diverse onderzoeken is vastgesteld dat kinderen die Jenaplan-onderwijs hebben gevolgd even goed scoren bij rekenen en taal als op andere scholen. Leraren in het voortgezet onderwijs melden dat ze zelfstandiger zijn, kritischer, dat ze beter samenwerken en hun werk en de beschikbare tijd indelen, ook dat ze een beter inzicht hebben in wat ze wel en niet kunnen. Je zou daarom kunnen zeggen dat kinderen van Jenaplanscholen meer leven!


« top


Leren de kinderen wel genoeg?

Het kind is geen emmer die je beslist tot de rand zou moeten vullen. De ontwikkeling van een kind tot een evenwichtige persoonlijkheid is veel belangrijker. Leren is een levenslang proces, waaraan als het goed is geen einde komt.
Een goede Jenaplanschool geeft een kind gelegenheid om te leren wat voor en of haar nodig is, natuurlijk ook om onderwijs na de basisschool met succes te kunnen vervolgen.


« top


Maken Jenaplanscholen van leerlingvolgsystemen gebruik?

Ja. Veel scholen stellen er zelf een samen met behulp van bestaand of eigen gemaakt materiaal.

« top


Maken Jenaplanscholen van leerlingvolgsystemen gebruik?

Ja. Veel scholen stellen er zelf een samen met behulp van bestaand en eigen gemaakt materiaal.

« top


Moet ik als ouder meedoen in de school?

Opvoeding en onderwijs is een samenspel van ouders en school. Ouders zijn de eerst verantwoordelijken en dragen een deel van die verantwoording tijdelijk over aan de school. Jenaplanscholen zijn een leef- en werkgemeenschap. Daarin komt die samenwerking tussen ouders en school goed tot zijn recht. Taken en bevoegdheden en verwachtingen moeten daarbij duidelijk zijn. Als ouders betrokken zijn bij de opvoeding van hun kind is het ook logisch dat zij daarover meedenken, meehelpen, meeparticiperen binnen de school.



« top


Mogen kinderen alleen doen waar ze zin in hebben?

Neen, maar het is wel van groot belang om zo veel mogelijk aan te sluiten bij wat kinderen zelf graag willen leren. Dat is bij geen twee kinderen gelijk.

« top


Nemen Jenaplanscholen alle kinderen aan?

In principe nemen Jenaplanscholen alle kinderen aan, tenzij het te voorzien is dat
- het ten koste zal gaan van het betreffende kind
- het voor de school niet mogelijk is om die zorg te verschaffen die dat kind nodig heeft.

De meeste Jenaplanscholen zijn geen scholen voor speciaal basisonderwijs. Er mag echter verwacht worden dat zij hun zorg voor de kinderen zo breed hebben opgezet dat zij ook kinderen die een extra zorgvraag hebben de juiste voorzieningen kunnen bieden. Het kan echter voorkomen dat het, gezien de samenstelling van een bepaalde groep, niet verstandig is om n?g een kind met een bepaalde zorgvraag te plaatsen. De school zal dat aan de ouders duidelijk moeten maken.


« top


Nemen Jenaplanscholen mogelijk al te gemakkelijk kinderen van andere scholen over elders problemen h


Zie de vorige vraag. Het ligt voor de hand dat de school dat onderwerp met ouders bespreekt als bij hen dat vermoeden aanwezig is.



« top


Op welke manier komen de ontwikkeling van de motoriek en de zintuigen aan de orde binnen het Jenapla

Ruimte voor beweging tijdens de schooldag, individueel en als groep. Ritme van inspanning en ontspanning
Buitenspel op het schoolterrein, waarbij het voor midden- en bovenbouw de vraag is of een kwartier pauze meer kan zijn dan kinderen uitlaten Bij Petersen duurden de pauzes langer, maar deze omvatten dan ook voor een deel geleid spel
Bewegingsonderwijs, in de gymzaal en buiten
Ontwerpen, construeren, bouwen, leren werken met diverse (zachte en harde, omgaan met weerstanden) materialen, integratie van handvaardigheid en het ervaringsgebied techniek
Basistechnieken in de omgang met materialen leren hanteren (werkles in de onderbouw en verder.)
Dans
Schrijfonderwijs
Bewegen en doen met dingen door het hele leerplan heen, inclusief verkenningstochten (lopen en fietsen) en terreinspelen
Spreken, spelen en werken over het eigen lijf: m.n. binnen het ervaringsgebied Mijn leven. Dit ervaringsgebied heeft duidelijke relaties met dans en bewegingsonderwijs.

« top


Opgroeien in een complexe samenleving

Je kunt altijd de vraag stellen of dat in voldoende mate gebeurt, maar in principe blijft geen kwestie die (ook) mondiaal speelt buiten beschouwing. Dat laat onverlet dat het soms wenselijk is kinderen te sparen voor een confrontatie met al te veel leed. Ze horen en zien buiten school al genoeg. Het kind moet ook kind kunnen zijn.

« top


Ouders en school Heeft een Jenaplanschool een ander soort Medezeggenschapsraad?


De Wet op de Medezeggenschapsraden is voor alle scholen, dus ook voor Jenaplanscholen geldig. Wel is het zo dat uit de aard van een leef- werkgemeenschap volgt dat een meedenkende en meeparticiperende Medezeggenschapsraad meer past bij een Jenaplanschool dan een controlerende raad. Het samenwerkende karakter van een Jenaplanschool geldt behalve voor de kinderen ook voor de samenwerking binnen het team en tussen team en ouders. Zonder intensieve inhoudelijke samenwerking binnen het team en inhoudelijk meedenken en meedoen van ouders in de school is Jenaplanonderwijs niet goed mogelijk.



« top


Past deze werkwijze bij het studiehuis in het V.O.?

In fasen wordt dit opgebouwd beginnend bij de kleuters en steeds verder uitgebreid tot in de bovenbouw. Ook wordt per leerling gekeken wat het aankan. Het gaat van een enkel taakje naar meerdere taakjes, dagtaakjes, weektaken en soms zelfs langere termijnplanning. Dit is heel gunstig, omdat de kinderen dan al met agenda?s kunnen werken als zij op het Voortgezet Onderwijs komen.


« top


Rapportage

Krijgen kinderen rapporten mee naar huis?
Wat is een portfolio?
Hoe worden kinderen op een Jenaplanschool beoordeeld?
Hoe worden ouders op de hoogte gehouden van de vorderingen van hun kind?
Voldoet het Jenaplanonderwijs aan eisen die scholen voor voortgezet onderwijs stellen?

« top


Rekenen: Hoe kan de rekeninstructie binnen een gesloten stamgroep aangepakt worden?


Een aanpak i.z. rekeninstructies in een gesloten stamgroep heeft een duidelijke relatie met doelgericht werken (waarbij opbouw van de methode leidend kan zijn). Het uitgangspunt is dan dat een stamgroepleider de rekendoelen (in dit geval) beheerst. Op basis van die rekendoelen kan een planning gemaakt worden (jaar-maand-week)
Daarbij raad ik meestal aan om de wiskundige themas te clusteren, zodat b.v. rekenthemaweken georganiseerd kunnen rond m.b. meten, waaraan de volledige stamgroep deelneemt. Hierbij worden centrale instructies afgewisseld met gedifferentieerde opdrachten.
Wordt daar niet voor gekozen dan is de volgende aanpak mogelijk:

1.
Bepaal de rekendoelen van de week voor alle groepen. Maak deze visueel

2.
Beslis bij welke doelen een instructie noodzakelijk is i.v.m. nieuwe stof. Dus maak onderscheid tussen instructies nieuwe en herhalingsstof.

3.
Laat kinderen een voortoets maken m.b.t. die doelen, zodat je zicht krijgt waaraan m.n. aandacht geschonken moet worden.(intussen moet je ook zicht hebben op de doelen van de andere instructiegevoelige gebieden, opdat je een goede planning kan maken)

4.
Plan nu de instructies over de week. Concentreer ze niet op een dag. Zorg dat je voldoende zinvolle rekenstof hebt voor de kinderen die tijdens de instructie van een bepaalde groep zelfstandig dienen te werken: herhalingsstof, automatiseringsoefeningen.

5.
Met sommige kinderen is mogelijk af te spreken dat zij eigen oefeningen mogen zoeken om de persoonlijke rekendoelen te halen.

« top


Schrijven

Schrijven is de tegenhanger van lezen. Kinderen leren schrijven om aan anderen duidelijk te maken wat zij willen meedelen. Daartoe kan het schrijfonderwijs gekoppeld zijn aan het maken van teksten. Meestal wordt gebruik gemaakt van een methode die voldoet aan de eisen die een Jenaplanschool er aan moet stellen. Gelukkig zijn die nu verkrijgbaar. Behalve dat schrijven dient om te communiceren is het ook van belang dat dat gebeurt in een ontwikkeld persoonlijk handschrift.
Tenslotte staat schrijven ook ten dienste van het mooi maken van teksten, kalligraferen, kortom de esthetische kant van schrijven.



« top


Straffen en belonen (vanuit het jenaplanconcept)

In de kern komt het erop neer, dat straffen en belonen, vanuit het concept geredeneerd, een bijdrage moeten leveren aan de intrinsieke motivatie van kinderen om bepaalde acties te gaan ondernemen. Het gaat uiteindelijk om bevorderen van lange termijn gedrag.
 
Hieronder in elk geval 2 artikelen over het onderwerp. De pdf versies van Mensenkinderen zijn op de website www.jenaplan.nl terug te vinden.

Belonen
Castelijns,Jos; Gestraft door beloningen, 16/5,mei 2001,p.33
Straffen (en belonen)
Letschert,Beate; Prijzen helpt niets, jg 29,nr.141 maart 2014,p.34

« top


Voldoet het Jenaplanonderwijs aan eisen die scholen voor voortgezet onderwijs stellen?

Zulke eisen zijn er niet want het voortgezet onderwijs is geen eisende partij. Vorderingen en specifieke kenmerken bepalen waar kinderen rond hun twaalfde levensjaar naar toe gaan.

« top


Waar kan ik informatie over kringgesprekken vinden?


In de literatuurlijst staan verwijzingen naar kringgesprekken en alles wat daar mee te maken heeft.



« top


Waar kan ik meer lezen over Jenaplan en de schoolomgeving?

-Het schoolterrein als leerlandschap - Leren van Learning through landscapes, Mensenkinderen, maart 1999
-Wat doen jullie aan natuur? Mensenkinderen maart en mei 2005.
-Bleijerveld/Both/Teernstra: Het gebruik van de schoolomgeving, Rijswijk, 1977
-De Jenaplanschool als ontschoolde school - in Mensenkinderen, januari 2006.

« top


Waar komt de naam Jenaplan vandaan?

Peter Petersen (26-6-1884 - 21-3-1952), de initiator van het Jenaplan zegt daarover zelf in zijn boek Der kleine Jenaplan (1927):
De naam Jenaplan is ontstaan door de leden van het Londense comit? bij de voorbereiding van de vierde conferentie van de New Education Fellowship in Locarno in 1927. Ik zou daar over mijn experiment in Jena spreken. Toen ontstond als inleidend geschrift voor de deelnemers aan deze conferentie: Der kleine Jenaplan. Vanaf dat moment werden de ideeėn genoemd naar de titel van dit boekwerkje.

Opm.1: Jena is de stad in Duitsland waar nog altijd de universiteit ligt waar Petersen werkte.
Opm.2: Der kleine Jenaplan is vertaald in het Nederlands en te bestellen via deze site: bestelformulier. Bovenstaand citaat is te lezen in hoofdstuk VI van dit boekje.


« top


Waarom een stamgroep en geen jaarklas?

Zie de vorige vraag. Het grootste bezwaar tegen een jaarklas is dat doorgaans een vaste hoeveelheid kennis en vaardigheden door ieder kind in een jaar (= vaste tijd!) moet worden beheerst. Een ander bezwaar is dat de positie van een moeilijk, gemiddeld en gemakkelijk lerende kinderen in een jaarklas onveranderlijk is. Dit is in een stamgroep niet zo. Kinderen worden jongste, middelste, oudste.



« top


Waarom gebruiken sommige Jenaplanscholen een methode voor wereldorienterende onderdelen en anderen n

Dit is afhankelijk van de keuzes die de school maakt. Het gaat erom, dat er ervaringsgericht gewerkt wordt.

« top


Waarom houden jullie kringgesprekken?

Gesprek is een wezenlijk onderdeel van ons bestaan, een basisactiviteit van mensen. In een Jenaplanschool wordt daar gericht aandacht aan besteed.
Het doel van die gesprekken kan zijn:
Verwerven van kennis. Ieders inbreng is van waarde
Uitwisselen van ervaringen en meningen. Dat is van belang om goed in school, thuis en in de maatschappij te kunnen functioneren
Besluiten nemen. In een leef- en werkgemeenschap is dat van belang
Verwerven van sociale vaardigheden.
Verwerven van communicatieve vaardigheden. Je gedachten en gevoelens op een voor anderen begrijpelijke manier onder woorden brengen, rekening houden met de gevoelens van anderen, actief luisteren.
Bijdrage aan de ontwikkeling van een positief zelfbeeld, kritisch zijn tegenover verstrekte informatie.

« top


Waarom mogen kinderen altijd kiezen met wie ze samenwerken?

Dat is onjuist. Een goed stamgroepsleider stuurt waar dat nodig of gewenst is.

« top


Waarom zijn er tweejarige en driejarige stamgroepen?

Er liggen doorgaans organisatorische keuzen aan ten grondslag. Het concept Jenaplan gaat van de onmiskenbare voordelen van een driejarige stamgroep


« top


Waarom zitten kinderen in groepjes?

Omdat kinderen dat doorgaans heel plezierig vinden en omdat ze er stimulansen van anderen krijgen. Ook om te leren samenwerken, een uiterst belangrijke onderwijsdoel. In een optimaal ingerichte ruimte zijn er evenwel ook plaatsen waar alleen gewerkt kan worden. Samen leren kan, zo is bij onderzoek vaak vastgesteld, uiterst effectief zijn. Het laatste geldt ook voor kinderen die anderen helpen!

« top


Waaruit bestaat het taalonderwijs op een Jenaplanschool?


Het taalonderwijs is wat inhoud betreft op een Jenaplanschool hetzelfde als op de andere basisscholen in Nederland. Iedereen heeft zich te houden aan de kerndoelen, ook voor taal.
Wel is het zo dat veel Jenaplanscholen de weg naar het aanbieden van de kerndoelen anders inrichten.
Er zijn Jenaplanscholen die gebruik maken van een taalmethode als richtlijn en die of in de stamgroep of in niveaugroepen hanteren.
Omdat geen enkel kind op dezelfde tijd hetzelfde niveau van taal beheerst en omdat taal bij uitstek een interactief gebeuren is zoeken veel Jenaplanscholen naar werkwijzen zonder een taalmethode of maar met een gedeelte van een taalmethode. Er wordt dikwijls in hoeken gewerkt, met vrije teksten, met taaldrukken, met individuele leerlijnen, met groepswerk, enz.
Uiteindelijk is het doel om een talige leeromgeving te ontwikkelen dat rijk is aan doelen en leerinhouden, uitdagend is voor kinderen, motiverend en boeiend.


« top


Wanneer is een Jenaplanschool ervaringsgericht?

De sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen neemt een belangrijke plaats in. Dat is van belang voor de persoonlijkheidsontwikkeling van kinderen en dient als basis om allerlei andere mogelijkheden van kinderen te ontwikkelen. Door tegemoet te komen aan de basisbehoeften van kinderen wordt er een sfeer geschapen waarin een gevoel van welbevinden kan ontstaan. Maar ook kan dan de betrokkenheid bij de omgeving goed plaatsvinden. Dat uit zich in intens meedoen met spel, met onderzoeken, maken, zorgen en inoefenen. De huidige stroming binnen het onderwijs: Ervarings Gericht Onderwijs (EGO) bouwt daarop voort en levert ook werkwijzen en instrumenten die goed passen binnen het Jenaplanconcept.

« top


Wat gebeurt er met kinderen die ver onder een minimumniveau werken?

Eerst een tegenvraag: wat is een minimumniveau? Natuurlijk kan het voorkomen dat een kind zichtbaar minder presteert dan waartoe het in staat is of lijkt. Het is verstandig naar de oorzaak daarvan eerst op zoek te gaan, om vervolgens het kind adequaat te helpen



« top


Wat is belangrijke Jenaplanliteratuur?

Om meer te weten over Jenaplanscholen kan gebruik gemaakt worden van de website Jenaplan.nl. Daarnaast is de volgende literatuur van belang:
De schoolgids van de Jenaplanschool.
Jenaplan op weg naar de 21e eeuw.
De Rozentuin.
Het Kleine Jenaplan.

« top


Wat is de functie van onderwijsassistenten?

Precies wat het woord aangeeft: over de gehele linie bij werkzaamheden hulp bieden.

« top


Wat is de Jenaplanvisie op leren?

Leren: Het proces van veranderen dat mensen levenslang doormaken. Petersen spreekt in dit verband van een geestelijke groei die zowel voor niet-volwassenen als voor volwassenen kenmerkend is.

Bij het leren van kinderen gaan we uit van het sociaal constructivisme. Een belangrijk punt is dat mensen op allerlei manieren blijken te kunnen leren, dat geldt dus ook voor jongere mensen en kinderen. Onderwijs doet er verstandig aan van die vele mogelijkheden, die per kind kunnen verschillen, gebruik te maken. Dit gebeurt door met open leervormen te werken. De praktijk is vaak anders omdat men er in veel scholen voor kiest om ieder kind aan eenzelfde leerproces te onderwerpen, dat ook nog eens in dezelfde tijd dient te worden doorlopen. Veel kinderen hebben een in heel kleine stapjes opgedeeld proces van leren lezen niet nodig, anderen juist wel. Niet alle kinderen zouden op dezelfde leeftijd, ongeveer zes, moeten leren schrijven. Bij de meeste jongens komt dat te vroeg, met alle gevolgen van dien. Een kind leert meer van directe ervaringen dan van in boekje ?gestolde kennis?. Omdat kinderen ook als het gaat om leren sterk van elkaar verschillen geldt een belangrijk uitgangspunt voor Jenaplan-onderwijs: ?Uitgaan van verschillen?.


« top


Wat is de plaats van religie binnen het Jenaplan?

Niet anders dan in andere scholen, met dien verstande dat religie bij mensen kan horen en dat er daarom geen enkele reden is om er in het onderwijs omheen te lopen, zoals in neutraal onderwijs vanwege zowel koudwatervrees als verlegenheid te vaak het geval is.

« top


Wat is de relatie tussen basisprincipes-waliteitskenmerken-kernkwaliteiten jenaplan en jenaplanessen

De basisprincipes vormen de waarden van het jenaplanonderwijs, die vervolgens samen te vatten zijn in de zgn. kwaliteitskenmerken. Op waardenniveau moet een jenaplanschool daar aan te herkennen zijn.
Op concreet niveau vormen de jenaplankernkwaliteiten op hoofdlijnen de concretisering van de basisprincipes en zijn mede verheven tot erkenningscriterium voor een erkende jenaplanschool (net als de basisprincipes). Elke erkende jenaplanschool heeft zich gecommitteerd om de jenaplankernkwaliteiten vervolgens op schoolniveau verder te concretiseren. Daar is b.v. een NJPV digitaal instrument voor: zelfevaluatie jenaplankernkwaliteiten.
Uit een studie tussen jenaplan en freinetonderwijs zijn 7 essenties naar vormen gekomen, die in beide concepten te vinden zijn.
Op basis hiervan zijn 10 jenaplanessenties vastgesteld, die opgenomen zijn in het vernieuwde opleidingsplan voor de post HBO opleiding jenaplanonderwijs. Je kunt ze opvatten al extra opbrengst voor een jenaplanschool.


« top


Wat is de rol van creativiteit in een Jenaplanschool?

Groot, waarbij het zowel gaat om het ontwikkelen van reeds gebleken creativiteit (beeldend, muzikaal, verbaal, enz.) als om het ontwikkelen van voor een kind nieuwe gebieden.

« top


Wat is de visie van Jenaplan op vormen van hoogbegaafdheid?


Allereerst moet gezegd dat met zulke etiketten heel voorzichtig dient te worden omgegaan. Een kind is nooit in het algemeen (veel) meer dan gemiddeld begaafd, maar altijd op een of meer deelgebieden. Voor het overige geldt het ook voor Jenaplanonderwijs belangrijke uitgangspunt ?uitgaan van verschillen?.


« top


Wat is een blokperiode?

Een blokperiode is een aaneengesloten periode van zelfstandig werken en/ of samenwerken door de kinderen. De kinderen kunnen tijdens een blokperiode werken aan een taak die op dat moment hun voorkeur geniet.

« top


Wat is eigenlijk Werk in een Jenaplanschool?

Werk is een basisactiviteit. Werk is gericht op een product: je hebt iets gemaakt of iets geleerd. Daarnaast is het van belang te leren reflecteren op wat je gemaakt of gedaan hebt. Het doel van Werk is:
Iets leren plannen en uitvoeren
Iets leren evalueren. Heb ik het doel bereikt en waarom wel of niet
Jezelf iets leren leren
Jezelf iets leren oefenen
Jezelf een opdracht geven en die ook tot een goed einde brengen, ook al is het soms moeilijk.
Weten of iets een goede kwaliteit heeft, vanuit jezelf, of vanuit de eisen die aan het product gesteld worden.

« top


Wat is het oordeel van de inspectie over Jenaplanonderwijs?

Op papier is de waardering doorgaans groot. In de praktijk blijkt het oordeel sterk van de individuele inspecteur en de kwaliteit van de desbetreffende school afhankelijk te zijn.



« top


Wat is het U-bocht principe?

Het begrip is van Kees Vreugdenhil, gebruikt in de studieconferenties voor opleiders en nascholers in Lochem. Het is een aanduiding van de beweging bij Petersen (beschreven in de Onderwijspedagogiek) dat mensen diepe ervaringen (wij zouden nu zeggen: spirituele ervaringen) kunnen hebben, die raken aan de grond van het zijn, die voorts hun kijk op mens en wereld ingrijpend veranderen en daarmee ook hun handelen. Je gaat dus de diepte in en komt voorts weer boven en ziet te dingen op een andere manier (een u- beweging).

« top


Wat is het verschil tussen Jenaplan, Montessori en andere concepten?

Het grootste verschil tussen Jenaplan en Montessori zit in het overwegend individualiserend karakter van Montessori, met daaraan gekoppeld het doordachte materiaal.

Jenaplan investeert in zowel de individuele als de sociale ontwikkeling van kinderen, waarbij geen vaste materialen worden ingezet.

Dalton kenmerkt zich door een onderwijspraktijk geent op de begrippen zelfstandig, verantwoordelijk en samen. Begrippen, die binnen het Jenaplan ook voorkomen, maar dan sterk betrokken op de gehele inhoud.

Vrije schoolonderwijs kent een aantal overeenkomsten met Jenaplan: b.v. aandacht voor de zingevende dimensie, kunstzinnige vorming. Het grote verschil zit in het open leerprogram (Jena) en gesloten leerpogram (Vrije School) in de groeperingsvormen. Jenaplan werkt met stamgroepen en vrije scholen kennen een klassikale structuur.

Freinet en Jenaplan vertonen veel gelijke trekken. Binnen het Freinetonderwijs komt het ambachtelijk werken sterker tot uiting. Jenaplan heeft de pedagogische relatie sterker uitgewerkt.

« top


Wat is Jenaplan?

De Jenaplanschool vindt zijn oorsprong in het werk van Peter Petersen (1884-1952) aan de universiteit van Jena. Daar ontwikkelde hij in de met het Pedagogisch Instituut verbonden oefen- en experimenteer-school het onderwijsconcept dat door anderen later het Jenaplan genoemd werd. Het ging Petersen zelf niet (net zo min als Montessori, Freinet en Steiner) om het tot stand brengen van aparte scholen, maar hij wilde het onderwijs in de breedte be?nvloeden in de richting van een op een brede mensvorming gerichte ?algemene en vrije (vrij van directe bemoeienis door economie, kerk en staat) volksschool?. Het Jenaplan vormt in principe een eenheid van schoolpraktijk, theorie en onderzoek dat theorie en praktijk met elkaar verbindt. De theoretische basis is te vinden in de opvoedingsmetafysica die Petersen ontwikkelde in zijn ?Allgemeine Erziehungswissenschaft? (verschillende delen). Daarnaast baseerde hij zich op de ervaringen die vanaf 1924 werden opgedaan in de experimenteerschool in Jena en het onderzoek in die praktijk (?P?dagogische Tatsachenforschung?). Tenslotte stond hij in verbinding met vele pedagogen van zijn tijd, waaronder D?croly, Washburne, Montessori en Freinet. Daarbij was de na de Eerste Wereldoorlog opgerichte New Education Fellowship (NEF), na de Tweede Wereldoorlog World Education Fellowship genoemd, met zijn internationale conferenties van groot belang. Petersen nam in zijn eigen onderwijsconcept ook elementen van anderen, die daar goed in pasten, op. Hij typeerde het Jenaplan als een ?creatieve synthese?, een synthese die overigens door elke generatie telkens opnieuw moet worden voltrokken. Hij citeerde in dat verband met instemming Jan Ligthart, die zei: ?wie mij het minst volgt, volgt mij het meest?.

Het onderwijsconcept van Petersen is het sterkst uitgewerkt in het onderwijspedagogische hoofdwerk van Petersen, de ?F?hrungslehre des Unterrichts?, later vertaald als ?Van didaktiek naar onderwijspedagogiek? Petersen, 1990; Vreugdenhil, 1992). Een korte, nog zeer toegankelijke en vaak verbazingwekkende actuele tekst van Petersen over zijn schoolconcept is ?Het kleine Jenaplan?, (Petersen, 1927/1985).

In Duitsland ontwikkelde zich een aantal Jenaplanscholen, zowel voor als na de Tweede Wereldoorlog. In 1949 werd de Universiteitschool in Jena op bevel van de Russische bezettingsautoriteiten gesloten. In de jaren ?50 ontdekte Suus Freudenthal-Lutter (1908-1987) het Jenaplan van Petersen. Zij behoorde tot de naaste medewerkers van Kees Boeke binnen de Werkgemeenschap voor Opvoeding en Onderwijs (de Nederlandse tak van het NEF). Met name door haar toedoen ontwikkelde de Nederlandse Jenaplanbeweging zich tot de grootste georganiseerde beweging van vernieuwingsscholen in ons land. Anno 2000 zijn er 210 scholen lid van de Nederlandse Jenaplanvereniging (NJPV), met daarnaast een aantal scholen dat zich wel ?Jenaplanschool? noemt, maar geen lid is van de NJPV.

« top


Wat is ontwikkelingsgericht?

Kinderen moeten worden uitgedaagd om zich op allerlei gebieden te ontwikkelen. Jenaplanscholen reiken hiervoor begrippen en werkwijzen aan. Bijv. leren hoe te leren, een doordachte leerstofkeuze, inrichten van situaties waarin kinderen hun zone van naast-bije ontwikkeling kunnen ervaren.

« top


Wat is Viering in een Jenaplanschool?

Worden er naar verhouding (te) veel vieringen gehouden op Jenaplanscholen?

« top


Wat is zorgplicht en hoe wordt vanuit Jenaplanperspectief er tegenaan gekeken?

Startnotitie
Zorgplicht gezien vanuit jenaplanperspectief
Versie: 070112

1.
Aanleiding
2.
Wat houdt Zorgplicht in?
3.
Kijk vanuit het concept
4.
Kanttekeningen
5.
Adviezen

1. Aanleiding

Op 18-10-06 is er in Tweede Kamer gesproken over zorgplicht, herijking van de zorg of zoals het ook wel genoemd wordt: Passend Onderwijs.
De zorgplicht moet de nadelen van WSNS, de leerlinggebonden financiering en de zorgstructuren rond leerwegondersteunend onderwijs en praktijkonderwijs wegnemen. Deze instrumenten hebben geleid tot te complexe regelgeving rond indicatie, samenwerking, overleg en verantwoordelijkheden.

Een nieuw kabinet zal het beleid verder uitwerken.
Het invullen van eigen Passend Onderwijs gaat op dit moment niet gepaard met het beschikbaar zijn van extra gelden. Ook dit aspect wordt overgelaten aan een nieuw kabinet.
Voorbeelden van initiatieven zijn te bekijken op de website: www.passendonderwijs.nl

2.Wat houdt Zorgplicht in?
De grootste verandering is eigenlijk dat niet langer de minister in een wet gaat regelen hoe de extra zorg voor kinderen die dat nodig hebben, er uit moet zien, maar dat de schoolbesturen dat zelf gaan bepalen. In de wet wordt geregeld dat deze besturen een plicht tot passend onderwijs krijgen. Dat houdt in dat zij verantwoordelijkheid opgelegd krijgen om voor alle kinderen onderwijs te bieden dat bij hen past. Dus ook voor de kinderen die extra zorg nodig hebben. De onderwijsinspectie zal erop toezien dat scholen deze verantwoordelijkheid waar maken. Doen ze dat niet, dan kan dat consequenties hebben voor de bekostiging (geld dat scholen ontvangen van de overheid).
Als de school waar het kind is aangemeld zelf de extra zorg niet geven kan, moet zij zoeken naar een andere school die dat wel kan. Ouders hoeven dus niet meer te ?shoppen? langs verschillende scholen als zij steeds dichte deuren vinden. Ook kunnen er op deze manier geen kinderen meer tussen wal en schip terecht komen. Er zal immers altijd een plaats voor hen gevonden moeten worden.
Hoe gaat het in z?n werk?
In de praktijk betekent het dat ouders een school uitkiezen voor hun kind en het daar aanmelden. Als de school denkt zelf het kind niet te kunnen bieden wat het nodig heeft, dan gaat de school op zoek naar een school die dat wel kan. De school moet er zeker van zijn dat op die school plaats is voor het kind. Anders zouden ouders nog van het kastje naar de muur gestuurd kunnen worden.
Het is de bedoeling dat ouders en school zich als elkaars partners en niet als elkaars tegenvoeters beschouwen. Het plan is dat er zogenaamde Ouderplatforms worden ingericht opdat scholen (en dus hun besturen) een klankbord krijgen om met de ouders te bespreken hoe de verantwoordelijkheid voor de zorgkinderen ingevuld kan worden.
Als ouders het, ondanks alles, niet eens zouden zijn met de ?vondst? van de school, dan kunnen zij een beroep doen op een geschillenregeling.
Ontstaan er echt meer mogelijkheden om passend onderwijs te bieden?
Op dit moment zijn er al scholen die onderwijsvormen ontwikkelen tussen regulier onderwijs en speciaal onderwijs. De mogelijkheden zijn echter beperkt door de huidige regelgeving. Door de invoering van de zorgplicht kan (huidige) belemmerende regelgeving verdwijnen. Er komen dan meer mogelijkheden om maatwerk te bieden.
Verdwijnt het speciaal onderwijs?
In de notitie van de minister staat dat door de invoering van de zorgplicht het wettelijk onderscheid tussen reguliere scholen en speciale scholen kan vervallen. Alle scholen worden dus voor de wet scholen voor basis- en voortgezet onderwijs.
Dit betekent niet dat de scholen voor speciaal onderwijs moeten verdwijnen. Er zijn immers ook veel ouders die bewust kiezen voor deze scholen.
De minister spreekt alleen over het vervallen van het wettelijk onderscheid. Er blijven scholen waar voornamelijk ge?ndiceerde kinderen passend onderwijs krijgen. Deze scholen zijn speciaal in hun onderwijsaanbod. Ge?ndiceerde kinderen zorgen voor een hogere bekostiging. De hoogte van de bekostiging is echter niet meer afhankelijk van de plaats waar de leerling onderwijs krijgt.
De minister heeft overigens ook aangegeven dat voor kinderen die heel specifieke begeleiding nodig hebben, zoals kinderen die doof of blind zijn, de bestaande scholen die deze begeleiding bieden, blijven bestaan.
Betekent de plicht tot passend onderwijs inclusief onderwijs?
Het is zeker niet zo dat scholen verplicht worden om alle kinderen binnen de eigen school onderwijs aan te bieden. Het kan ook passend zijn om een kind onderwijs te bieden op een school die gespecialiseerd is om onderwijs en begeleiding te geven voor ge?ndiceerde kinderen.
Wel zijn er door de plicht tot passend onderwijs ?meer dan in de huidige regelgeving- allerlei tussenvormen en andere arrangementen mogelijk.

Kijk vanuit het Jenaplanconcept
Basisprincipes.
De basisprincipes ondersteunen het principe dat het de verantwoordelijkheid van scholen is om voor alle kinderen onderwijs te bieden dat bij hen past.
01. Elk mens is uniek; zo is er maar 1. Daarom heeft ieder kind en elke volwassene een
onvervangbare waarde.
02. Elk mens heeft het recht een eigen identiteit te ontwikkelen. Deze wordt zoveel mogelijk
gekenmerkt door: zelfstandigheid, kritisch bewustzijn, creativiteit en gerichtheid op sociale
rechtvaardigheid. Daarbij mogen ras, nationaliteit, geslacht, sexuele gerichtheid, sociaal
milieu religie, levensbeschouwing of handicap geen verschil uitmaken.
06. Mensen moeten werken aan een samenleving die ieders unieke en onvervangbare waarde
respecteert.
08. Mensen moeten werken aan een samenleving waarin rechtvaardig, vreedzaam en constructief met verschillen en veranderingen wordt omgegaan.
12. In de school hebben de volwassenen de taak de voorgaande uitspraken over mens en
samenleving tot (ped)agogisch uitgangspunt voor hun handelen te maken.
16. In de school vindt overwegend heterogene groepering van kinderen plaats, naar leeftijd en ontwikkelingsniveau, om het leren van en zorgen voor elkaar te stimuleren.

Ook de Kwaliteitscriteria Jenaplan zijn hierover duidelijk:
bv..
Een Jenaplanschool is ontwikkelingsgericht.
Toelichting:
De ontwikkeling van competenties op een breed terrein vindt vooral plaats als
kinderen hun zone van naast - bije ontwikkeling kunnen ervaren. Dat gebeurt
zowel bij het incidenteel leren, bijvoorbeeld in de stamgroep, met zijn vele
ingebouwde ontwikkelingsniveaus, als bij intentioneel leren. Dit vraagt om
gedifferentieerde situaties en opdrachten, ook bij gestuurd en begeleid leren.
De afwisseling van de vier basisactiviteiten draagt hieraan ook bij-

Een Jenap?anschool is een leef- en werkgemeenschap ( co?peratief)
Toelichting:
Helpen kan verder ontwikkeld worden; In tafelgroepen, van kinderen die
(binnen de blokperiode) met verschillende inhouden bezig zijn (onderlinge
consultatie), van mentorschap voor nieuwe kinderen in de stamgroep en van
(eventueel stamgroepdoorbrekende) tutorsystemen.
Dat vraagt om reflectie met de kinderen (helpers en geholpenen) op het helpen,
om rollenspel en inoefening. Ook het oefenen van vaardigheden als het snel en
zo geruisloos mogelijk in de kring gaan, het zachtjes lopen, de deur zo dicht
doen dat het niemand stoort horen hierbij. Steeds maar weer moet hier aandacht
voor gevraagd worden en moet er eventueel opnieuw geoefend worden.

In een Jenaplanschool wordt kritisch nagedacht over ontwikkelingen in
samenleving en cultuur.
Toelichting:
Er wordt zoveel mogelijk kritisch-constructief om gegaan met verschillen in
de school, verschillen die zich kunnen ontwikkelen tot tegenstellingen, die zich
voorts weer kunnen ontwikkelen tot conflicten. Tegenstellingen en conflicten
worden niet ontkend, maar vormen een mogelijkheid tot leren.

Hoe kan er op een Jenaplanschool gewerkt worden aan differentiatie?

De praktijk op diverse Jenaplanscholen is verschillend. Peter Petersen gaf in 1928 al aan dat een Jenaplanschool geschikt is voor allerlei kinderen, hoog- of laagbegaafd. Elke Jenaplanschool probeert aan te sluiten bij de ontwikkeling van elk kind apart, maar ook zijn relatie met de groep te bevorderen. Onder de vormen van differentiatie die voorkomen komen de volgende veel voor:
? Niveaugroepen, in of buiten de groep
? Aparte instructietafels binnen de groep
? Individuele hulp tijdens de instructies of tijdens de blokperiode
? Vormen van remedial teaching
? Ouderhulp of hulp van onderwijsassistenten
? Werken in belangstellingsgroepen (keuzecursus)

Kanttekeningen
Werk maken van de zorgplicht is dus een verantwoordelijkheid van het schoolbestuur, die in samenspraak, met in dit geval een Jenaplanschool, na gaat denken over inhoud en vormgeving.
O.i. zijn er een aantal kaders, waar binnen gewerkt moet worden:
1. de wettelijke voorschriften (voor zover helder en vastgesteld)
2. de jenaplanvisie en vertaling van het team
3. de competenties van de stamgroepleiders
4. de opvangcapaciteit van een stamgroep; maar ook een helder beeld of de kinderen in beginsel door alle stamgroepleiders opgevangen kunnen worden
5. de aanwezigheid van faciliteiten om kinderen te kunnen opvangen .

Advies:
1. Vraag bevindingen na binnen regioverband.
2. Bezoek de NJPV conferentie 2007: Tijdens de NJPV conferentie 2007 is er nl. een route voor intern begeleiders, die o.m. gaan werken aan: mogelijkheden verkennen om aan de Zorgplicht te kunnen voldoen o.l.v. Jan Bakermans.


« top


Wat voor vormen van werk komen er in een Jenaplanschool voor?

De belangrijkste vormgevingen van pedagogische situaties waarin Werk een belangrijke plaats inneemt zijn:
De blokperiode
De cursussen
Werk voor het algemeen belang, zoals het beheer van de ruimte
Organiseren van gebeurtenissen
Wereldorientatie




« top


Wat wordt er onder een pedagogische situatie verstaan?

Dat is elke situatie in school die door een of meer volwassenen zo met een bepaalde bedoeling is ingericht dat kinderen het niet kunnen laten daarop in te gaan, door te luisteren, te spreken, na te denken, samen aan het werk te gaan, enzovoort. Waar dat lukt ?popelen kinderen om iets te gaan doen?, ?zitten ze op het puntje van hun stoel om iets te zeggen?, raken ze in gedachten verzonken, zijn ze niet uit hun concentratie te halen, enzovoort. We spreken dan van echte betrokkenheid.


« top


Wat wordt verstaan onder een leef- en werkgemeenschap?


Een leef- en werkgemeenschap is een gemeenschap waarbij kinderen en volwassenen, groepsleiding, stagiaires en ouders als volwaardig lid van die gemeenschap op hun eigen wijze mee functioneren.
Het wordt gekenmerkt door woorden als:
samenwerken, zorg dragen voor elkaar, samen spreken, samen spelen, samen beslissen, samen vieren.
Leren is sociaal leren. Samen problemen oplossen, mentorschap, tutorschap, samen evalueren en gebruik maken van diverse vormen van communicatie zijn kenmerken van zo?n leef- en werkgemeenschap.


« top


Wat wordt verstaan onder Gott als een zgn. ervaringsgebied?

Dat er een belangrijk werkelijkheidsgebied is dat niet (geheel) samenvalt met wat we zintuiglijk kunnen waarnemen en dat we niet (volledig) kunnen bevatten.

« top


Wat zijn de basisbehoeften van kinderen binnen het Jenaplanonderwijs?

Jenaplanscholen noemen de basisbehoeften Grondkrachten van het kind. Dat zijn:
lichamelijke behoeften
behoefte aan warmte, affectie, tederheid ( relatie)
behoefte aan veiligheid, duidelijkheid, continu?teit
behoefte om zichzelf als kundig te ervaren ( competentie)
behoefte om moreel in orde te zijn
Behoefte om als persoon te groeien naar onafhankelijkheid

« top


Wat zijn de belangrijkste basisbegrippen in het Jenaplanonderwijs?

De belangrijkste basisbegrippen zijn:
1. basisprincipes
2. kwaliteitscriteria
3. pedagogische situatie
4. stamgroep
5. tafelgroep
6. wereldorientatie
7. authenticiteit
8. blokperiode
9. contractwerk
10. basisactiviteiten: gesprek, spel, werk en viering
11. ritmisch weekplan
12. schoolwoonkamer
13. zelfverantwoordelijke zelfbepaling
De begrippen worden elders uiteengezet.

« top


Wat zijn de belangrijkste uitgangspunten van het Jenaplan?

Het Jenaplan-concept wil kinderen zo goed mogelijk begeleiden op hun weg naar volwassenheid. Het gaat daarbij uit van de volgende punten:

1. Het veronderstelt en wil bouwen aan een samenleving waarin alle mensen als gelijke in rechten en waardigheid worden beschouwd.
2. Het erkent dat ieder kind een uniek wezen is, dat er recht op heeft zijn eigen identiteit op te bouwen. De begeleiders hebben de plicht de eigen mogelijkheden van elk kind te zoeken en te stimuleren, om hem zo goed mogelijk te helpen bij het vormen van zijn persoon.

Het vormen van een persoonlijkheid kan alleen binnen een gemeenschap. E?n van de gemeenschappen waarbinnen een kind opgroeit is de schoolgemeenschap. Op een Jenaplanschool wil men de kinderen leren een volledig functionerend lid van die gemeenschap te zijn. Dienstbaar aan die gemeenschap, maar ook weerbaar, kritisch, opkomend voor zichzelf en voor anderen.

Men wil het kind leren zijn vrijheid goed te gebruiken, leren dat vrijheid met verantwoordelijkheid te maken heeft. Het zal ook de vrijheid van andere leden van de gemeenschap moeten aanvaarden, mogelijk maken en stimuleren.

Op de Jenaplanscholen zullen de verschillen tussen de kinderen positief worden benaderd. Deze verschillen maken het zelfs mogelijk elkaar meer ten dienste te zijn.

« top


Wat zijn de kwaliteitskenmerken van een Jenaplanschool?

De kwaliteitskenmerken van een Jenaplanschool zijn:
1. ervaringsgericht
2. ontwikkelingsgericht
3. een leef- en werkgemeenschap
4. wereldorienterend
5. kritisch
6. zinzoekend

Deze kwaliteitskenmerken worden verderop nader besproken.

« top


Wat zijn de kwaliteitskenmerken van een Jenaplanschool?

De kwaliteitskenmerken van een Jenaplanschool zijn:
1. ervaringsgericht
2. ontwikkelingsgericht
3. een leef- en werkgemeenschap
4. wereldori?nterend
5. kritisch
6. zinzoekend
Deze kwaliteitskenmerken worden verderop nader besproken.

« top


Wat zijn de pedagogische consequenties van de basisprincipes?

Een enigszins bevredigend antwoord kan niet in dit bestek worden gegeven. De Jenaplanschool is een pedagogische school, die zich principieel niet onderscheid van wat de meeste ouders met hun kind voorhebben.

Omdat de basisprincipes het raamwerk is waaruit Jenaplanscholen willen werken heeft dat veel pedagogische consequenties:
De tendensen in de maatschappij en de ontwikkelingen daarbij worden kritisch bekeken vanuit met name de eerste 10 basisprincipes. Het betreft b.v. rekening houden met de veranderingen die in gezinnen plaatsvinden, hoe ben je een democratische burger, wat voor waarden en normen zijn belangrijk, hoe ga je om met de grote hoeveelheid informatie, enz.
De basisprincipes geven een onderwijs aan waarbij getracht wordt om rijke leeromgevingen te maken waarin kinderen uitgedaagd worden om actief te handelen
Zij doen dat niet op hun eentje, maar samen met anderen
Zij moeten ook leren hoe je kunt reflecteren op wat je geleerd hebt
Leren moet zinvol zijn.
Zo zijn er veel gevolgen van de basisprincipes op te noemen. Veel van de vragen uit deze rubriek verwijzen daar direct of indirect naar.

« top


Wat zijn de voor- en nadelen van een stamgroep?

Het antwoord op die vraag vraagt om de ruimte van een heel boek. Het belangrijkste:
in een stamgroep kan een kind opgroeien zoals in een goed gezin: daar zijn rijke mogelijkheden met elkaar samen te leven, om elkaar te helpen en om geholpen te worden, daar hebben de gezinsleden veel voor elkaar over: dat alles is ook in school mogelijk
leven in een stamgroep biedt doorgaans ruimere ontwikkelingskansen dan een jaargroep met kinderen van gelijke leeftijd
daar is voortgang in het ontwikkelingsproces van een kind beter gewaarborgd omdat het zich niet jaarlijks een voor ieder gelijke portie leerstof hoeft eigen te maken
omdat de leraar (stamgroepleider) meegaat is er minder tijdverlies vanwege gewenning en voortijdige afbouw in de maanden voor de zomervakantie. Er zijn geen nadelen, net zoals die ontbreken bij het opgroeien in een goed gezin dat in voldoende mate naar buiten open is .

« top


Wat zijn leerlandschappen in een Jenaplanschool?

Kinderen willen graag leren en het is dus zaak een rijke leeromgeving te scheppen. Leerlandschappen zijn plaatsen die ingericht zijn met informatie, zodat kinderen uitgedaagd worden. Een documentatiecentrum kan onderdeel van een leerlandschap zijn.


« top


Welke bestuursvormen kennen Jenaplanscholen?

In het Nederlandse onderwijs zijn er twee hoofdgroepen wat betreft bestuursvorm:
1. Openbare scholen
2. Bijzondere scholen

Ad 1. Openbare scholen werden vroeger bestuurd door Burgemeester en Wethouders. Tegenwoordig is de bestuursvorm meestal een zelfstandige stichting, waarbij de gemeente nog veel invloed heeft.

Ad 2. Bij Bijzondere scholen is er sprake van een Stichting of een Vereniging. Bij een Stichting worden de bestuursleden op basis van hun belangstelling of deskundigheid door het bestaande bestuur benoemd.
Bij een vereniging worden de bestuursleden door alle leden van de vereniging gekozen.

Bijzondere scholen zijn er in de volgende richtingen:
1. Algemeen Bijzondere scholen en
Confessionele scholen b.v.
2. Katholiek
3. Protestants-christelijk
4. Islamitische of
5. Hindoe?stische grondslag
6. enz.


Al deze bestuursvormen komen bij Jenaplanscholen voor.


« top


Wie bepaalt waar mijn kind thuis hoort in een stamgroep?


In goed overleg, het kind zelf daarbij inbegrepen.


« top


Worden er ook handelingsplannen gebruikt?

Ja, op school is dat na te vragen.



« top


Worden er speciale eisen aan het gebouw gesteld?


Jenaplanonderwijs is vooral te herkennen in de manier waarop mensen in de school met elkaar omgaan, de relaties tussen kinderen onderling, tussen de juf of de meester en de kinderen en in de manier waarop de ouders bij de school betrokken worden.
Een gebouw kan echter op allerlei manieren helpen om Jenaplanonderwijs op een goede manier vorm te geven. De school moet een echte kinderwerkplaats zijn: Op veel verschillende manieren moeten kinderen aan het werk kunnen. Dat werk vindt plaats in het eigen groepslokaal (de schoolwoonkamer), maar ook op veel andere plekken. In het eigen lokaal is er ruimte om snel een kring te maken met de groep en er zijn allerlei werkplekken voor individueel werk of groepswerk. Als je door de school loopt dan zie je ook dat kinderen op allerlei plaatsen aan het leren zijn: in de keuken, in een drukhoek, achter de computer, in het mediacentrum, in de knutselruimte, in de muziekkelder of misschien buiten in de schooltuin. Duidelijk is in ieder geval dat elke ruimte door de kinderen gebruikt wordt om vooral actief te leren. Overal zie je kinderwerk, dat op een mooie manier is uitgestald.
In de school is ook een plek waar ouders even kunnen zitten om met elkaar te praten of wat informatie te lezen. Sommige scholen hebben zelfs een echt ?oudercaf?? of een koffiehoek voor ouders. De school is immers een leef- en werkgemeenschap voor kinderen, ouders en stamgroepleiders


« top


Worden er specifieke eisen aan kinderen gesteld?

Neen...



« top


Worden kinderen niet teveel afgeleid door de verschillende leeftijden in de stamgroep

Niets wijst daarop. Vergelijk het leerproces dat een kind ook thuis doormaakt: zo leert een kind taal grotendeels thuis.

« top


Wordt een Jenaplanschool op het Jena-gehalte getoetst?

Ja, onder meer door de inspectie die - goed geinstrueerd met behulp van materiaal van de NJPV - nagaat of de Jenaplan-uitgangspunten van de school dienovereenkomstig in onderwijs worden vertaald. Ook ouders, die vaak goed op de hoogte zijn, kunnen zo`n functie vervullen.

« top


Wordt er aan verkeer, geschiedenis, aardrijkskunde, biologie, verkeer en geestelijke stromingen geda

Natuurlijk wordt aan deze onderdelen aandacht besteed. De wijze waarop kan echter verschillen. Op een Jenaplan-school probeert men zoveel mogelijk vakken in samenhang te geven. Soms kan dit en soms niet. Het zijn keuzes die de Jenaplan-school zelf moet maken.



« top


Wordt er binnen het Jenaplanonderwijs gewerkt met competenties?

Ja, maar niet overal wordt die term gebruikt om systeem te brengen in de doelen die men met onderwijs wil bereiken.

« top


Wordt er gebruik gemaakt van de meervoudige Intelligentie?


Ja, want er is veel meer dan cognitieve ontwikkeling, die met behulp van traditionele intelligentietests kan worden gemeten. Jenaplanscholen hanteren bij uitstek allerlei werkvormen die niet alleen een beroep doen op de cognitieve intelligentie, maar ook op andere mogelijkheden.
We denken daarbij aan de theorie van Gardner over Meervoudige intelligentie. Daarbij wordt niet gesteld hoeveel intelligentie een kind heeft, maar wat voor soort intelligenties bij het kind ontwikkeld zijn.
Gardner onderscheidt daarbij de volgende mogelijkheden:
Verbaal- lingu?stisch, meer talig gericht
Logisch- mathematisch, meer wiskundig gericht
Visueel-ruimtelijk, meer gericht op ontwerpen
Muzikaal-ritmisch, meer gericht op muziek
Lichamelijk-kinestetisch, meer gericht op bewegen
Naturalistisch, meer gericht op samenhang in de natuur
Interpersoonlijk, meer gericht op andere mensen
Intra-persoonlijk, meer gericht op zichzelf, reflectie, enz.


« top


Wordt er ook aan Engels gedaan ( en andere talen)?

In de meeste gevallen wel, maar het is per school afhankelijk hoeveel tijd daaraan wordt besteed en vanaf welke groep er al aan talenonderwijs gedaan wordt. Engels wordt op bijna alle scholen gegeven. Op sommige scholen begint men al in groep 6, maar er zijn ook scholen die in groep 7 of 8 ermee beginnen. Er zijn scholen die ook al bezig zijn met andere talen dan alleen Engels, bijvoorbeeld voor leerlingen die meer uitdaging nodig hebben. Te denken valt dan aan de talen als Frans, Spaans, Duits.

« top


Wordt er voldoende aandacht aan natuurorientatie besteed?

Ja, maar het kan altijd beter.

« top


Wordt het ontwikkelingsgerichte ook doorgezet in de bovenbouw?

Veel Jenaplanscholen streven er naar om ook in de bovenbouw ontwikkelingsgericht te werken. Dit proces is al jaren aan de gang, maar wordt soms bemoeilijkt door het gebruik van methoden die daar niet voor geschikt zijn.


« top


Zijn cursussen hetzelfde als lessen?

Zijn vorderingengroepen in de praktijk hetzelfde als jaarklassen?



« top


Zijn er afspraken gemaakt over de maximale groepsgrootte?

Neen, dat hangt af van de personele en financiele mogelijkheden van de school als geheel.

« top


Zijn er heterogene groepen in voorschools onderwijs?

In het voorschoolse onderwijs is meestal sprake van heterogene groepen, dat wil zeggen dat kinderen van verschillende leeftijden bij elkaar in de groep zitten.

« top


Zijn er peutergroepen aan Jenaplanscholen verbonden?

Er zijn Jenaplanscholen waar een peutergroep aan verbonden is. De samenwerking met de basisschool verschilt per situatie. Soms werkt de peutergroep met dezelfde uitgangspunten als de Jenaplanschool, soms ook functioneren ze zelfstandig en varen hun eigen koers. Informatie is te krijgen op de betreffende Jenaplanschool.
Peuterscholen die verbonden zijn aan een Jenaplanschool zijn:
Maasveld in Tegelen (077-3260724) + Omnibus Baarlo 077-4772094).


« top


Zijn er programma?s op Jenaplanscholen die zijn gericht op de ontwikkeling van sociaal gedrag?


Dit deel van het lesprogramma leent zich minder of misschien zelfs helemaal niet voor een methodische aanpak voor alle kinderen. De sterk uiteenlopende activiteiten van kinderen in een Jenaplanschool bieden voor die ontwikkeling veel mogelijkheden. Systematisch echter moet de school de vorderingen van een kind op dit uiterst belangrijke gebied volgen. Dan kan blijken dat een kind te weinig vordert of zelfs is teruggevallen. Die constatering behoort te leiden tot extra individuele zorg en een op het kind toegesneden aanpak.


« top


Zijn er regels op Jenaplanscholen?

Ja. Ze komen in overleg met kinderen tot stand en regelmatig wordt besproken of ze nog zin hebben, of ze mogelijk aanvulling of verandering behoeven, enzovoort.


« top


Zijn er speciale Jenaplanleermiddelen?


Neen, er kan worden gekozen uit het brede aanbod van de onderwijsmarkt. Waar nodig kunnen leermiddelen worden aangepast of aanvullend materialen worden gemaakt. Er zijn scholen die daarvoor ouderwerkgroepen kennen.


« top


Zijn er specifieke zelfevaluatie-instrumenten voor Jenaplanscholen?

Zelfevaluatie hoort wezenlijk tot het Jenaplan ? vanuit de Jenaplantraditie en eigentijdse onderwijskundige ontwikkelingen - en zal een organisch onderdeel moeten (gaan) vormen van elke Jenaplanschool. Onder zelfevaluatie wordt binnen het Jenaplanconcept het volgende verstaan: De systematische en kritische reflectie door zelfonderzoek op de pedagogische en didactische kwaliteit van leer- en onderwijsprocessen en onderwijsinhouden in de school en de resultaten daarvan, alsmede van de voorwaarden voor deze processen en inhouden op organisatorisch en personeel terrein (de teamleden en schoolleiding als lerenden). Genoemde onderwijs- en leerprocessen en inhouden omvatten ook het samenleven in de school, van kinderen en teamleden, inclusief de ouders als partners in de opvoeding van de kinderen.

Bij zelfevaluatie ligt de nadruk op de ontwikkeling van binnenuit (innere Schulreform), in wisselwerking met de omgeving (basisprincipe 11: De school is een relatief autonome, co?peratieve organisatie van betrokkenen. Ze wordt door de maatschappij be?nvloed en heeft er ook zelf invloed op).
Daarnaast is het afleggen van verantwoording (?accountibility?) aan ouders, de overheid en de ruimere gemeenschap om de school heen belangrijk.

Belangrijkste functie van zelfevaluatie is het vergroten van de consistentie tussen enerzijds denken, voelen en willen en anderzijds doen: doen we wat we (zeggen te) willen? Willen we wat we doen? (basisprincipe 12). Dat geldt zowel voor de schoolontwikkeling als geheel als voor de ontwikkeling van individuele teamleden. Zelfevaluatie is een vorm van actieonderzoek, als cyclisch proces van zelfonderzoek, ontwikkelingsdoelen stellen, veranderingen doorvoeren en evaluatie (basisprincipe 20). Bij de zelfevaluatie wordt aandacht gegeven aan zowel proces als product, aan zowel meetbare zaken als aan kwalitatieve gegevens. Het belangrijkste is een geplande en systematische aanpak van de zelfevaluatie binnen de ontwikkeling van de school en van individuele leraren.
Bij de zelfevaluatie zijn de waarderingen van in principe alle betrokkenen van belang, dus inclusief die van de kinderen en de ouders.

Jenaplan kent op dit moment het schoolevaluatie-instrument Jenaplanonderwijs. Er wordt gewerkt aan een verdieping van het instrument, waarbij de basisprincipes en kwaliteitscriteria ge?ntegreerd worden in het schoolevaluatie-instrument.

« top


Zijn er zgn. brede Jenaplanscholen?

Er zijn Jenaplanscholen die behalve de onderwijsvoorziening ook b.v. een kinderdagverblijf, bibliotheek, buurthuisvoorziening, peutergroep, of andere voorzieningen in huis hebben. Dat hangt af van het beleid van de betreffende gemeente waarin deze school ligt.

« top


Zijn Jenaplanscholen evenwichtig over het levensbeschouwelijk onderwijs verdeeld?

Ja, hoewel er om principiele redenen geen orthodox-protestantse en islamitische Jenaplanscholen zijn. Men heeft daar goed begrepen dat de eigen uitgangspunten niet met Jenaplan verenigbaar zijn.

« top


Zijn Jenaplanscholen geschikt voor alle kinderen?

In principe ja. Oordelen als zouden kinderen op een Jenaplanschool beter geconcentreerd moeten zijn en erg zelfstandig moeten kunnen werken zijn nergens op gebaseerd. Voor ieder kind moet de school uitgaan van diens mogelijkheden in de richting van wat voor hem of haar wenselijk is.



« top


Zinzoekend


Gezien de basisprincipes zal een Jenaplanschool gericht aandacht besteden aan levensbeschouwelijke en levensvragen, kortom aan zingeving. Dat kan door te luisteren naar verhalen, gedichten, muziek, kijken naar dans en spel, en naar beelden.
Van belang zijn ook het ervaren van symbolen, van rituelen en van stilte. Afhankelijk van de levensbeschouwelijke grondslag van de school ook aandacht voor gebed en meditatie, bezinning op wat je raakt en inspireert.
Ook kan het door actief bezig te zijn met b.v. inzetten voor anderen, voor de natuur, samen nadenken over zin-vragen.



« top